Oorsprong van het spel

De stoelendans waardoor slechts zeven landskampioenen aan de eerste Europa Cup I meededen

De allereerste Europa Cup I vlak voor de finale in een nog leeg Parc des Princes L'Equipe (rechtenvrij via Wikipedia)

Op 3 februari 1955 presenteerde het Franse dagblad L’Équipe het plan voor een Coupe des Clubs Champions Européens. De naam was enigszins misleidend. De krant wilde geen toernooi met zestien landskampioenen houden, maar zocht zestien ‘representatieve en prestigieuze’ clubs. Internationale uitstraling telde minstens zo zwaar als een landstitel. AC Milan en Chelsea stonden bijvoorbeeld op de lijst, maar ook het inmiddels verdwenen Holland Sport uit Den Haag.

Die voortvarende aanpak kwam op gang na een wedstrijd, een kleine twee maanden eerder. Op 13 december 1954 versloeg Wolverhampton Wanderers het Hongaarse Honvéd op een kolkend Molineux met 3-2. De Engelsen hadden eerder al Spartak Moskou geklopt en de Engelse kranten wisten genoeg. De Daily Mail riep Wolves uit tot kampioen van de wereld. De Daily Mirror koos een soortgelijke toon: Wolves the Great.

Aan de overkant van het Kanaal las L’Équipe-journalist Gabriel Hanot die Britse triomfantelijkheid, waardoor hij zich bijna verslikte in zijn ochtendkoffie. De oud-international van Frankrijk vond dat zo’n titel niet door een krant kon worden uitgedeeld. Laten we eerst maar eens kijken welke club de beste van Europa is, was zijn gedachte.

Dat inzicht kwam niet alleen voort uit de Engelse krantenkoppen. Hanot liep al langer met dat idee rond. Nu wilde hij zijn hersenspinsel vormgeven. Samen met zijn collega’s Jacques de Ryswick en Jacques Ferran werkte hij een toernooi uit met thuis- en uitwedstrijden op doordeweekse avonden. Kunstlicht maakte zulke avondwedstrijden steeds beter mogelijk en in die ambiance moest van iedere speelavond een voorstelling worden gemaakt.

Dat het niet zomaar een proefballonnetje was, bleek een paar weken later. Op 2 en 3 april kwamen vertegenwoordigers van de clubs bijeen in Hôtel Ambassador in Parijs. De pas opgerichte Europese voetbalbond UEFA hield afstand. De bond werkte aan plannen voor een landentoernooi en wist bovendien niet hoe de nationale voetbalbonden op dit particuliere initiatief zouden reageren. De aanwezigen stelden alvast een reglement op en bepaalden de acht koppels zonder loting. L’Équipe had daarmee een beker, deelnemers en een speelschema. De krant beschikte echter niet over de bevoegdheden en middelen om het toernooi zelfstandig te organiseren. Daarnaast was enige neutraliteit voor een medium gewenst.

De FIFA maakte aan die bestuurlijke schemerzone een einde. De wereldvoetbalbond wilde het toernooi alleen toestaan als de clubs toestemming van hun nationale bond kregen én de UEFA de leiding nam. Op 21 juni 1955 adopteerde de Europese voetbalbond het bedenksel van de Franse krant. De bonden mochten hun kampioen voordragen, maar de eerder uitgenodigde clubs behielden voorrang. Zo werd het eerste toernooi een wonderlijke tussenvorm: half invitatiebeker, half kampioenenbal.

De gastenlijst van L’Équipe

Dat verklaart waarom slechts zeven van de zestien uiteindelijke deelnemers regerend landskampioen waren. De lijst was immers in februari opgesteld terwijl de competities nog liepen. Bovendien wilde L’Équipe niet wachten tot alle kampioenen bekend waren. De krant streefde ernaar in september te beginnen met het project en koos clubs die op voorhand publiek, kwaliteit en Europees aanzien hadden.

De oorspronkelijke zestien waren Rot-Weiss Essen, Chelsea, Rapid Wien, Anderlecht, BK Kopenhagen, Hibernian, Real Madrid, Stade de Reims, Holland Sport, Honved, AC Milan, Sporting CP, 1. FC Saarbrücken, Malmö FF, Servette en Partizan Belgrado. Ook Dynamo Moskou en Sparta Praag werden gepolst. In de maanden tussen de Parijse vergadering en de eerste aftrap begon echter een stoelendans.

De allereerste Europa Cup I-wedstrijd

Originele wedstrijd: Sporting CP – Partizan Belgrado

Sporting was de kampioen van Portugal toen de uitnodigingen werden opgesteld en had daarnaast vier van de voorgaande vijf landstitels gewonnen. In de zomer van 1955 nam Benfica de titel over, maar Sporting behield zijn plaats. De club kwam uit Lissabon, bezat internationale uitstraling en reageerde positief op het Franse plan. Op 4 september 1955 maakte João Baptista Martins namens Sporting het eerste doelpunt uit de geschiedenis van het toernooi.

De aanvoerders wisselen vaantjes uit voorafgaand aan de allereerste wedstrijd in de Europa Cup IPartizan Belgrado

Partizan Belagrado eindigde in Joegoslavische competitie als vijfde. Dat vormde geen beletsel: landskampioen Hajduk Split werd bij de keuze overgeslagen. De club uit Belgrado was internationaal veel bekender, onder meer door buitenlandse tournees en aansprekende oefenwedstrijden. Bovendien schaarde Partizan zich vroeg achter het initiatief en zat de club aan tafel tijdens het Parijse hoteloverleg. Partizan won het doelpuntrijke tweeluik van Sporting met 8-5.

Chelsea zei af onder druk

Originele wedstrijd: Chelsea – Malmö FF
Werd uiteindelijk: Gwardia Warschau – Djurgårdens IF

Malmö FF was aanvankelijk de Zweedse club die door L’Équipe werd uitgenodigd voor de eerste Europa Cup. De Franse sportkrant zag in Malmö een club die qua kwaliteit, publiek en internationale uitstraling geschikt was voor het nieuwe toernooi. Bovendien was de club recent vier keer landskampioen geworden. De Zweedse voetbalbond stond echter niet direct open voor deelname en wees het voorstel in februari 1955 af. Malmö reageerde daardoor niet meteen op de uitnodiging.

Ondertussen stond Djurgårdens IF bovenaan in de Allsvenskan en die club kon steunen op de diensten van Wolf Lyberg, journalist van Idrottsbladet. Hij was bestuurder van Djurgården en bovendien was betrokken bij de internationale contacten rond het nieuwe toernooi. Lyberg pleitte ervoor om de koploper van de Zweedse competitie af te vaardigen. Toen L’Équipe op 22 maart Djurgården uitnodigde, accepteerde de club direct. Wel onder de voorwaarde dat het de landstitel zou behalen.

Malmö liet een dag later alsnog weten mee te willen doen. Te laat. Op 31 maart werd door de Franse krant de eerdere uitnodiging aan Malmö ingetrokken. De Zweedse bond veranderde intussen ook van koers en besloot deelname aan de Europa Cup alsnog mogelijk te maken. Djurgården moest vervolgens nog wel daadwerkelijk kampioen worden: dat gebeurde in mei 1955, waarmee de club zijn plaats in het allereerste Europese clubtoernooi veiligstelde.

De selectie van Chelsea op weg naar een uitwedstrijdWim van Rossem/Anefo, Nationaal Archief Nederland

Chelsea was geen willekeurige Engelse gast. De Londense club werd in het voorjaar van 1955 voor het eerst landskampioen en reageerde enthousiast op de uitnodiging vanuit Parijs. Secretaris John Battersby reisde naar de Franse hoofdstad en kreeg zelfs een plaats in het organisatiecomité. Chelsea zou tegen de Zweedse vertegenwoordiger spelen.

Op 5 juli zette de Football League de hakken in het gras. De organisatie achter het profvoetbal in Engeland kon deelname formeel niet verbieden, maar vond de extra wedstrijden niet in het belang van de Engelse competitie. Chelsea-voorzitter Joe Mears, zelf lid van het League-bestuur, boog voor de druk. De landskampioen uit Londen trok zich terug.

€
Bedrag € -

Gwardia Warschau nam de open plek over. De politieclub was geen Poolse kampioen, maar had in 1954 wel de nationale beker gewonnen en behoorde tot de betere ploegen van het land. Gwardia werd door de Poolse bond naar voren geschoven en kwam pas laat in beeld bij de organisatie. Vanuit Warschau moest nog officieel een toezegging worden gedaan toen Partizan en Sporting hun eerste wedstrijd al hadden gespeeld.

Dat de Polen mochten meedoen kwam onder meer door Djurgården. De Zweedse afgevaardigde kreeg een stem in de keuze van de vervanger. De club kon kiezen uit drie kandidaten: Gwardia Warschau, Sparta Praag en Stade Dudelange uit Luxemburg. Hun voorkeur viel uiteindelijk op de Poolse club.

De eerste kampioen als grote roerganger

De wedstrijd: Real Madrid – Servette

Bij Real Madrid hoefde niemand te leuren. Voorzitter Santiago Bernabéu zag onmiddellijk het sportieve en commerciële potentieel. Hij speelde tijdens de vergadering in Parijs een doorslaggevende rol en stelde zijn enorme stadion graag open voor clubs uit heel Europa, ook van achter het IJzeren Gordijn. Real was bij de uitnodiging Spaans kampioen en prolongeerde de titel in 1955.

Alfredo Di Stéfano was de grote ster van de eerste jaren van de Europa Cup INationaal Archief Nederland

Servette eindigde dat seizoen slechts als zesde in Zwitserland; kampioen La Chaux-de-Fonds bleef thuis. De club uit Genève dankte haar plaats aan naam, traditie en ligging in een internationale stad. Servette stemde snel in met deelname aan het toernooi. Wel was de ploeg kansloos. De Zwitsers verloren over twee wedstrijden met 7-0 van de latere winnaar. Alfredo Di Stéfano tekende voor twee doelpunten.

Een ploeg die niet in eigen land speelde

De wedstrijd: AC Milan – 1. FC Saarbrücken

AC Milan was de enige topclub op de oorspronkelijke lijst die volgens organisator Jacques Ferran aanvankelijk bedenkingen uitte. De Italiaanse topclub kampte in de winter en lente van 1955 intern met problemen. De twijfels verdwenen naarmate de zon langer aan de hemel stond en in de zomer kwam er nog een extra argument bij: Milan werd Italiaans kampioen. De aanwezigheid van sterren als Gunnar Nordahl en Juan Alberto Schiaffino maakte de club precies het uithangbord dat L’Équipe zocht.

1. FC Saarbrücken deed mee als vertegenwoordiger van het protectoraat Saarland, dat destijds een eigen voetbalbond en nationaal elftal had. Doordat de club eerder in de Franse competitie uitkwam en een eigen internationaal bekertoernooi organiseerde, beschikte ze over een uitzonderlijk breed buitenlands netwerk.

Hoewel Saarbrücken formeel geen landskampioen was en in de Oberliga Südwest slechts als derde eindigde, was het de meest gerenommeerde club van de regio. De Saarlanders zorgden dan ook voor een grote verrassing in de allereerste Europa Cup I door in San Siro met 4-3 van AC Milan te winnen, al stelde de Italiaanse grootmacht in de return met 4-1 orde op zaken.

Praktische bezwaren uit Duitsland

De wedstrijd: Rot-Weiss Essen – Hibernian

Vanuit West-Duitsland klonken praktische bezwaren. De bondrepubliek krabbelde nog op na Stunde Null. Volledig profvoetbal bestond er nog niet: veel spelers waren officieel contractspelers en hadden naast het voetbal een gewone baan. Europese wedstrijden op doordeweekse avonden betekenden daarom extra vrije dagen, langere reizen en een aanzienlijk zwaardere belasting.

Ook de stadions waren nog niet allemaal op avondvoetbal ingericht. Voor wedstrijden midden in de week waren lichtmasten nodig, maar de installatie daarvan kostte een vermogen. Duitse bestuurders vroegen zich hardop af wie die rekening moest betalen voor een toernooi waarvan niemand wist of het publiek erop zat te wachten. Rot-Weiss Essen liet zich uiteindelijk niet afschrikken. Enkele maanden later won de club ook nog de West-Duitse landstitel.

Rott Weiss Essen werd in 1954 kampioen van DuitslandStadtarchiv Essen

In Schotland lag het ingewikkelder. Hibernian stond vanwege zijn internationale uitstraling al op de eerste lijst van L’Équipe. De club had met The Famous Five een beroemde aanvalslinie, beschikte over lichtmasten en had bovendien met Harry Swan een invloedrijke man aan het roer, die tevens de Schotse voetbalbond voorzat.

Maar toen Aberdeen enkele maanden later voor het eerst landskampioen werd, ontstond een probleem. Aberdeen wendde zich tot de Schotse voetbalbond met het verzoek alsnog als Schotse vertegenwoordiger te worden aangewezen. De bond besloot anders en gaf Hibernian toestemming voor deelname. Zo mocht de nummer vijf van de competitie naar de eerste Europa Cup, terwijl de Schotse kampioen thuisbleef. Hibernian bereikte vervolgens de halve finale, waarin het werd uitgeschakeld door Stade de Reims.

De misschien wel beste ploeg van Europa deed niet mee

Originele wedstrijd: Honvéd – Anderlecht
Werd uiteindelijk: Vörös Lobogó – Anderlecht

Over de afvaardiging van Hongarije is veel verwarring ontstaan. De gepubliceerde lijst van 3 februari noemde Honved. In het voorlopige schema van april stond vervolgens ‘Honvéd of Vörös Lobogó’.

Sterrenensemble Honvéd was in januari landskampioen geworden, beschikte over Sándor Kocsis, Zoltán Czibor en Ferenc Puskás en was de hofleverancier van het succesvolle Hongaarse elftal. Ondanks de nederlaag tegen Wolverhampton gold Honvéd voor velen als een van de beste ploegen van Europa. Toch verscheen Vörös Lobogó in de allereerste Europa Cup.

Zeer waarschijnlijk hadden de Hongaarse autoriteiten de club van de textielarbeiders naar voren geschoven, maar een sluitende bron voor die verklaring ontbreekt. Vörös was in 1953 kampioen geworden en in 1954 en 1955 tweede. Honvéd bleef ondertussen niet met lege handen achter: de ploeg nam deel aan de Mitropacup, een op dat moment veel hoger aangeschreven voetbaltoernooi waar clubs uit Midden-Europa aan meededen.

Ferenc Puskás van Honvéd (rechts) en Nándor Hidegkuti van Vörös Lobogó in het Hongaarse elftalWim van Rossem/Anefo, Nationaal Archief Nederland

Anderlecht was juist een van de felste voorstanders van het toernooi. Voorzitter Albert Roosens pleitte al in het voorjaar voor een eenvoudige knock-outcompetitie die tot de verbeelding zou spreken. Zijn club werd bovendien Belgisch kampioen. Sportief liep het minder romantisch af: Vörös Lobogó won met 10-4 over twee duels.

Deense provincieclub tegen Franse grootmacht

Originele wedstrijd: Kjøbenhavns Boldklub – Stade Reims
Werd uiteindelijk: AGF – Stade Reims

Voor L’Équipe was Stade de Reims de logische Franse vaandeldrager. De ploeg van boegbeeld Raymond Kopa speelde aantrekkelijk voetbal, had al internationale faam en werd in 1955 landskampioen. Het nieuwsblad dacht er zelfs over na om Stade de Reims de organisatie van het toernooi te geven, totdat de FIFA de UEFA naar voren schoof. Reims maakte overigens het vertrouwen van L’Équipe waar en bereikte de finale.

Ook Denemarken mocht een club afvaardigen. L’Équipe had aanvankelijk Kjøbenhavns Boldklub uitgenodigd, de oude voetbalmacht uit de Deense hoofdstad. Het bestuur van KB vond de eigen ploeg echter niet sterk genoeg om het land in de nieuwe Europese beker te vertegenwoordigen en stond zijn plaats af aan Aarhus GF (AGF). Dat was geen willekeurige vervanger. De club uit Aarhus had in het voorjaar van 1955 als eerste club uit Jutland de Deense landstitel veroverd.

De spelers van AGF in de kleedkamerBørge Andre Venge | AarhusArkivet.dk

In eigen huis de wedstrijden afwerken kon de kersverse kampioen niet. Het stadion in Aarhus beschikte nog niet over kunstlicht, terwijl de Europa Cup juist was ontworpen voor wedstrijden op doordeweekse avonden. Daarom werd het duel met Stade de Reims afgewerkt in Idrætsparken in Kopenhagen, waar de lichtmasten wel in de vier hoeken stonden. Zo maakte AGF zijn Europese thuisdebuut op bijna tweehonderd kilometer van huis.

Gekronkel in Nederland

Originele wedstrijd: Rapid Wien – Holland Sport
Werd uiteindelijk: Rapid Wien – PSV

Rapid Wien was bij de uitnodiging de regerend Oostenrijkse kampioen en bovendien een gevestigde naam uit de Mitropacup. Tegen de start van het Europese toernooi was First Vienna de nieuwe kampioen en Rapid slechts derde geworden. Toch behield Rapid als oorspronkelijke gast zijn plaats.

De Nederlandse weg naar Europese deelname was de kronkeligste van allemaal. In november 1954 was Nederland overgegaan op betaald voetbal. Dat nam allerlei organisatorische rompslomp met zich mee en zorgde voor een nieuwe verdeling van de macht in het voetballandschap. Het net opgerichte Holland Sport was een club die in dat vacuüm opkwam. De Haagse fusieclub trok veel bekijks en speelde haar wedstrijden in Scheveningen. Met Bertus de Harder had de club bovendien een aanvaller die in Frankrijk veel faam had, omdat hij Bordeaux in 1950 naar de landstitel schoot.

L’Équipe koos dan ook deze ploeg uit om Nederland te vertegenwoordigen in de Europa Cup. Alleen bleek na het eerste volledige profvoetbalseizoen dat je er met een naam en aanzien alleen niet komt. De sterkste clubs bleken tijdens het eerste profseizoen in het zuiden van Nederland te liggen, in Noord-Brabant. Net als destijds in Duitsland waren er deelcompetities, waarna de vier kampioenen om de landstitel speelden. Alle afgevaardigden voor het seizoenstoetje kwamen in Nederland uit één provincie.

Bertus de Harder als speler van Holland Sport in duel met Willem II-keeper Chris Feijt. Beide clubs zouden uiteindelijk niet meedoen aan de eerste Europa Cup IHarry Pot / ANEFO / Nationaal Archief Nederland

De Nederlandse voetbalbond wilde na de overname door de UEFA dan ook liever de landskampioen sturen dan Holland Sport. Dat was Willem II. De Tilburgers zagen van deelname af. De financiële risico’s van het nog onbekende toernooi speelden daarbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Nummer twee NAC uit het naburige Breda bedankte eveneens. Zo kwam de beurt bij nummer drie PSV, dat het avontuur wel aandurfde.

De eerste deelname van de winnaar van 1988 werd een strafexpeditie. Rapid won in Wenen met 6-1. De Eindhovense zege van 1-0 in de return was vooral voor de annalen.

En de rest van Europa?

De afwezigheid van andere landen was meestal geen afwijzing. Het door L’Équipe opgestelde schema bood maar plaats aan zestien clubs. De UEFA nam vervolgens de selectie van L’Équipe over. Toen de continentale voetbalautoriteit op 21 juni de bonden uitnodigde hun kampioen in te schrijven, lagen de gastenlijst en eerste wedstrijden grotendeels al vast.

De opvallendste afwezige was Dynamo Moskou. De Sovjetkampioen was in het beginstadium naast de zestien geselecteerde clubs benaderd. Valentin Granatkin van de Sovjetvoetbalbond schreef aan hoofdredacteur Jacques Goddet dat Russische velden ’s winters geen internationale wedstrijden toelieten en de binnenlandse kalender ’s zomers al overvol was. Hoewel tijdens de Koude Oorlog politiek voortdurend op de loer lag, lijken klimaatomstandigheden een Russische deelname de nek om te hebben gedraaid. De Sovjet-Unie bleef uiteindelijk tot 1966/67 weg uit de Europa Cup I, toen Torpedo Moskou deelnam.

Sparta Praag kwam te laat in beeld

Ook Sparta Praag stond aanvankelijk aan de zijlijn te dringen. L’Équipe had de regerend Tsjechoslowaakse kampioen als extra kandidaat gepolst, naast de eerste zestien en Dynamo Moskou. Nadat de UEFA de organisatie in juni 1955 overnam, droeg de Tsjechoslowaakse voetbalbond Sparta Praag alsnog officieel voor. Alleen de zestien plaatsen waren al verdeeld en de aftrap in september naderde. De UEFA wilde het haastig door L’Équipe samengestelde deelnemersveld niet meer volledig openbreken. Sparta bleef daardoor buiten de deur, al werd de club nog wel voorgelegd aan Djurgårdens IF, als vervanger van Chealsea Tsjechoslowakije moest een jaar wachten en vaardigde in 1956/57 landskampioen Slovan Bratislava af.

Tsjechoslowakije was niet het enige land dat vergeefs op toelating hoopte. Ook bonden die bij het oorspronkelijke overleg in Parijs niet vertegenwoordigd waren, schoven na de overname door de UEFA alsnog een club naar voren. Bulgarije meldde CDNA Sofia aan, Roemenië Dinamo Boekarest, Luxemburg Stade Dudelange en Turkije Galatasaray. Ook Polen stelde met Gwardia Warschau een kandidaat voor. De meeste aanmeldingen kwamen te laat voor de eerste editie, maar Gwardia kon, zoals gezegd, alsnog naar binnen toen Chelsea zijn plaats opgaf.

Bulgarije, Roemenië, Luxemburg, Turkije en Tsjechoslowakije verschenen vervolgens wel in de tweede editie. Ook Engeland maakte toen zijn debuut. Manchester United had gezien hoe snel de nieuwe beker aanzien had verworven en liet zich, anders dan Chelsea een jaar eerder, niet door de bezwaren van The Football League tegenhouden. Met steun van de Engelse voetbalbond hield de club voet bij stuk, waarna de League zich uiteindelijk bij deelname neerlegde. Clubs uit de Republiek Ierland, Noord-Ierland en de DDR debuteerden in de derde editie. Griekenland, Noorwegen, Finland, Albanië en IJsland volgden later.

In 1955 was er slechts plaats voor zestien clubs, terwijl de UEFA ongeveer dertig nationale bonden verenigde. Ook bij sommige deelnemers bestond enige scepsis. In verschillende landen bestonden praktische bezwaren tegen het nieuwe toernooi. Vanuit Duitsland werd gewezen op de extra belasting voor spelers die niet volledig beroepsvoetballer waren en de kosten van kunstlicht. De Sovjetbond noemde de overvolle zomerkalender en de onmogelijkheid om ’s winters in Rusland te spelen. Voor de afwezigheid van landen als Turkije, Tsjechoslowakije en Roemenië gold een andere verklaring. Hun bonden droegen na de overname door de UEFA alsnog een club voor, maar toen lag het deelnemersveld vrijwel vast en naderde de aftrap al.

De twee finalisten voldeden wel aan de wensen van de organisatoren. Op 13 juni 1956 versloeg Real Madrid Stade de Reims in het Parc des Princes met 4-3. Van de zestien pioniers waren er slechts zeven daadwerkelijk landskampioen. Toch stond op de beker al plechtig Coupe des Clubs Champions Européens.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

€
Bedrag € -

Verder lezen

Boeken bij dit verhaal