Obscuur

Van San Siro tot Stuttgart: de wonderlijke voetbaljaren van Saarland

1. FC Saarbrücken kon zich meten met de Duitse top 1 FC Saarbrücken

Tussen 1947 en 1956 had Saarland een eigen voetbalbond, een nationaal elftal en een deelnemer aan de Europa Cup. Het semiautonome gebied streed met West-Duitsland om een WK-ticket en had met 1. FC Saarbrücken een topteam dat de finale van het landskampioenschap van Duitsland behaalde en in de Europacup I zelfs van AC Milan wist te winnen.

Het Nederlandse voetbal stond begin jaren vijftig mijlenver af van zijn huidige status als mondiale (sub)topper. Tussen november 1949 en maart 1955 speelde Oranje 28 interlands, waarvan het er slechts drie won. Een oefenwedstrijd tegen Frankrijk werd in 1952 zelfs afgezegd, omdat de voetbalbond het niet aandurfde om Oranje tegen Les Bleus te laten spelen.

Als tekenend voorbeeld voor die magere periode worden in de Nederlandse media nog altijd de wedstrijden tegen Saarland aangehaald. Oranje trof de Saarlanders tweemaal en won beide interlands slechts met moeite. Vanuit het heden bezien klinkt dat bijna beschamend: een geworteld Europees voetballand dat nauwelijks wist af te rekenen met een land waarvan de status met vraagtekens was omringd.

Maar Saarland was geen land zoals andere landen. Het gebied, ongeveer zo groot als Luxemburg en met bijna één miljoen inwoners, stond tussen 1947 en 1956 onder Frans protectoraat. Volledig soeverein was het niet, maar het bezat wel opvallend veel kenmerken van een zelfstandige staat. Saarland had een eigen regering, een eigen voetbalbond, een FIFA-lidmaatschap en zelfs een nationaal elftal.

Naar huidige maatstaven lijkt dat elftal niet meer dan een voetbaldwerg. Maar was Saarland dat destijds ook? Een wereldmacht was het vanzelfsprekend niet, al was het evenmin de figurant waarvoor het tegenwoordig gemakkelijk wordt aangezien. Vooral op clubniveau boekte het kleine voetballand enkele resultaten die tot ver buiten de opgelegde grenzen opzien baarden.

Het voetballand dat nergens bij hoorde

Toen de Tweede Wereldoorlog in mei 1945 ten einde kwam, lag ook het Duitse voetbal grotendeels stil. Stadions waren beschadigd, spelers waren gesneuveld of zaten nog in krijgsgevangenschap en de bestaande sportorganisaties waren door de geallieerden ontbonden. In Saarland, waar in juli van het bevrijdingsjaar de Fransen het bestuur overnamen, kwamen de eerste ballen desondanks al snel weer tevoorschijn.

In september berichtte de Neue Saarbrücker Zeitung dat verschillende clubs toestemming hadden gekregen om weer wedstrijden te spelen. Daar ging wel een controle aan vooraf. Verenigingen moesten eerst worden gezuiverd van hun nationaalsocialistische verleden. Daarna mocht er weer worden gevoetbald.

Saarbrücken en Borussia Neunkirchen

Waar meerdere clubs zijn, ontstaat vroeg of laat een competitie. Zo ook in Saarland. De twee bekendste voetbalexponenten van de vazalstaat waren Borussia Neunkirchen en 1. FC Saarbrücken. Beide verenigingen kwamen na de oorlog uit in de Oberliga Südwest, een van de vijf Oberliga’s. Daarin speelden clubs uit het zuidwesten van Duitsland, dat vlak na de oorlog door de geallieerden aan de Franse bezettingsmacht was toegewezen. Ook 1. FC Kaiserslautern maakte deel uit van die competitie.

FC Saarbrücken was in het eerste jaar na de oorlog het beste elftal uit het zuidwesten en had alleen in 1. FC Kaiserslautern een geduchte concurrent. Omdat er in die jaren niet om het Duitse landskampioenschap werd gestreden, was de eindzege in de Oberliga Südwest het enige eremetaal dat de club behaalde in de roerige jaren vlak na de val van Hitlers Duitsland.

Douanegrens tussen Saarland en Duitsland

Eind 1947 veranderde de situatie. Saarland en Frankrijk raakten economisch steeds meer met elkaar verbonden. De Franse frank werd ingevoerd en tussen het semi-autonome gebied en Duitsland verrees een douanegrens. De geopolitiek drong daarmee door tot in de kleedkamer: een uitwedstrijd tegen Wormatia Worms werd voor een club als Borussia Neunkirchen plotseling een internationaal duel.

Het werd voor de clubs uit het grensgebied steeds ingewikkelder om tegen verenigingen uit de Palts en het Rijnland te spelen. De Saarlandse clubs verdwenen uiteindelijk uit de gezamenlijke competitie. Voor de kleinere verenigingen kon binnen het gebied nog wel een eigen competitie worden ingericht. Voor 1. FC Saarbrücken lag dat anders. De club was te sterk geworden om zich tevreden te stellen met uitsluitend wedstrijden tegen plaatselijke tegenstanders. Dus keek men naar het westen.

Te Duits voor Frankrijk

In 1948 vroeg Saarbrücken toestemming om mee te doen aan de Franse Division 2. Uiteindelijk mocht de club onder de naam FC Sarrebruck aansluiten bij de professionele tweede divisie, maar wel buiten mededinging; oftewel de resultaten telden niet mee voor het officiële klassement.

Saarbrücken won aan de lopende band. Rouen werd met 10-1 verslagen, Valenciennes met 9-0. Als de resultaten wel voor de ranglijst hadden geteld, was de club overtuigend kampioen geworden. Promotie naar het hoogste Franse niveau zat er echter niet in. Sterker nog, Saarbrücken mocht ook niet in de tweede divisie blijven.

Ligue 2 als de resultaten van FC Sarrebruck wel hadden meegeteld

Daarmee werd voetbal onderdeel van een veel groter politiek probleem. Frankrijk probeerde Saarland na de oorlog economisch en cultureel los te weken van Duitsland. Sport was daarvoor een aantrekkelijk middel. Als Saarlandse clubs iedere week tegen Metz, Nancy en andere Franse clubs speelden, kon ook op het voetbalveld langzaam een nieuw nationaal bewustzijn ontstaan.

Mussolini was daar in Italië bijvoorbeeld succesvol mee geweest. In de jaren twintig liet hij de regionaal georiënteerde voetbalcompetities opgaan in een landelijke competitie, waarmee de sport werd ingezet om de nationale eenheid te versterken. Alleen zat lang niet iedereen in Frankrijk op een vergelijkbare ontwikkeling te wachten.

Jules Rimet moet aftreden

Binnen de Franse voetbalbond bestond veel weerstand tegen de definitieve toelating van Saarbrücken. Vooral in streken die tijdens de oorlog zelf onder Duitse bezetting hadden gestaan, lag deelname van een feitelijk Duitse club gevoelig.

Zelfs Jules Rimet raakte bij de kwestie betrokken. De voorzitter van de Franse voetbalbond, die tegelijkertijd aan het hoofd stond van de FIFA, was voorstander van toelating van Saarbrücken. Le Monde schreef in juli 1949 dat juist de affaire sarroise, oftewel de Saaraffaire, een belangrijke rol speelde bij het verlies van zijn positie bij de Franse bond.

Jules RimetWikipedia

Aan de andere kant van de grens bleek het enthousiasme voor Frankrijk evenmin groot. Op 17 juli 1949 kwamen de leden van de Saarländischer Fußball-Bund bijeen. Die bond was een jaar eerder opgericht en moest beslissen of het Saarlandse voetbal zich bij de Fédération Française de Football zou aansluiten. De regering van minister-president Johannes Hoffmann zag dat graag gebeuren. De clubs dachten er anders over. Van de afgevaardigden stemden er 299 voor aansluiting en liefst 609 tegen. Nog eens 55 afgevaardigden onthielden zich van stemming.

Het Saarlandse voetbal wilde niet Frans worden. Maar terug naar Duitsland kon het voorlopig evenmin. En dus zat vooral Saarbrücken met een probleem.

Dan maar een eigen toernooi

De oplossing was eenvoudig: als 1. FC Saarbrücken nergens aan een geschikte competitie mocht deelnemen, moesten de tegenstanders maar naar Saarbrücken komen. Zo ontstond in 1949 de Internationaler Saarlandpokal. Met financiële steun van de regering werden buitenlandse clubs uitgenodigd voor wedstrijden in Saarbrücken.

Teams uit verschillende delen van Europa verschenen aan de aftrap. Zo namen onder meer Hajduk Split uit Joegoslavië, het Deense Kjøbenhavns Boldklub, het nabijgelegen Belgische Standard Luik en het Zuid-Franse Sète aan het bekertoernooi deel. Saarbrücken won het eerste toernooi uiteindelijk zelf. In de finale werd Stade Rennes met 4-0 verslagen.

Een eigen plek in het wereldvoetbal

Een jaar later volgde een tweede editie, al kwam die door financiële problemen niet fatsoenlijk tot een einde. Ondertussen werd zelfs gekeken naar een gezamenlijke competitie met clubs uit Saarland, België en Luxemburg. Ook dat plan strandde. Het illustreerde vooral hoe uitzonderlijk de positie was geworden. Saarland had clubs, spelers, stadions en supporters, maar had nauwelijks tegenstanders tegen wie er officieel gevoetbald moest worden.

Op internationaal niveau kwam er ondertussen wel erkenning. In 1950 werd de Saarländischer Fußball-Bund toegelaten tot de FIFA. Nog voordat de voetbalbond van de nieuwe Bondsrepubliek Duitsland weer volwaardig lid was, beschikte Saarland over een eigen plek binnen de wereldvoetbalbond. Daar hoorde ook een nationale ploeg bij.

Op 22 november 1950 speelde Saarland zijn eerste interland. Tegen Zwitserland B werd met 5-3 gewonnen. Het was het begin van een korte interlandgeschiedenis die uiteindelijk negentien wedstrijden zou tellen.

Duits kampioen namens het buitenland

Ondertussen waren ook de verhoudingen met het Duitse voetbal verbeterd. Vanaf het seizoen 1951/1952 mochten Saarbrücken en Borussia Neunkirchen weer deelnemen aan de Oberliga Südwest, destijds één van de hoogste regionale competities van West-Duitsland. Daardoor ontstond een situatie die tegenwoordig het best te vergelijken is met die van het Liechtensteinse FC Vaduz, dat in de Zwitserse competitie speelt.

Saarbrücken speelde in de Duitse competitie, maar de voetbalbond waarbij de club was aangesloten, was zelfstandig lid van de FIFA en gold daardoor feitelijk als een buitenlandse bond. Dat weerhield Saarbrücken er niet van om meteen kampioen van de Oberliga Südwest te worden.

Via de eindronde bereikte de ploeg zelfs de finale om het Duitse landskampioenschap. Die eindronde bestond destijds uit acht afdelingskampioenen, verdeeld over twee poules van vier. De twee groepswinnaars plaatsten zich voor de finale. Als winnaar van zijn poule trof Saarbrücken op 22 juni 1952 VfB Stuttgart in Ludwigshafen.

Ook die wedstrijd werd veel meer dan voetbal. De Franse krant Le Monde omschreef de finale als een manifestatie voor de terugkeer van Saarland naar het Duitse ‘Vaterland’. Meer dan twintigduizend Saarlanders zouden met speciale treinen naar de wedstrijd reizen. Voor Frankrijk moet het een ongemakkelijk tafereel zijn geweest. Een gebied dat politiek uit de Duitse invloedssfeer moest worden gehouden, kon die middag Duits voetbalkampioen worden. Zover kwam het niet. Stuttgart won met 3-2.

Een jaar later zouden Saarland en West-Duitsland elkaar opnieuw ontmoeten. Ditmaal niet in een Duitse competitie, maar als twee afzonderlijke landen.

Saarland tegen Duitsland

Voor het WK van 1954 belandde Saarland in een kwalificatiegroep met Noorwegen en West-Duitsland. Trainer van de Saarlanders was Helmut Schön, dezelfde man die jaren later als bondscoach met West-Duitsland Europees en wereldkampioen zou worden.

De ploeg had in haar eerste interlands alleen tegen de B-elftallen van Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk gespeeld, maar mocht zich nu op het hoogste niveau profileren. Het protectoraat begon uitstekend. In Oslo werd Noorwegen verrassend met 3-2 verslagen. Nadat West-Duitsland in Noorwegen niet verder was gekomen dan 1-1, ontstond zelfs even het vooruitzicht dat het kleine Saarland naar het WK kon gaan.

Het elftal van Saarland voorafgaand aan de WK-kwalificatiewedstrijd met NoorwegenWikipedia

Op 11 oktober 1953 stonden West-Duitsland en Saarland tegenover elkaar in Stuttgart. De grote broer won met 3-0, maar plaatsing voor het WK was nog niet beslist. Saarland speelde vervolgens doelpuntloos gelijk tegen Noorwegen. Daardoor had de ploeg op 28 maart 1954 in Saarbrücken nog altijd een kans. Een overwinning op de West-Duitsers zou tot een beslissingswedstrijd leiden.

Voor 53.000 toeschouwers werd het een merkwaardige interland. Veel Saarlandse spelers voelden zich cultureel nog altijd Duits. Op het veld moesten ze juist voorkomen dat Duitsland naar het wereldkampioenschap ging. Een stunt kwam er niet. West-Duitsland won met 3-1. Een paar maanden later zaten verschillende Saarlandse internationals op uitnodiging van de DFB op de tribune in Zwitserland toen de ploeg van Sepp Herberger wereldkampioen werd.

Een laatste Europees kunststukje

De politieke wind draaide ondertussen verder en aansluiting bij Duitsland kwam steeds dichterbij. Toch beleefde het zelfstandige Saarlandse voetbal nog één opmerkelijk internationaal hoofdstuk.

In 1955 begon de eerste editie van de Europacup voor landskampioenen. Saarland mocht als afzonderlijke voetbalbond een deelnemer afvaardigen. De keuze viel vanzelfsprekend op 1. FC Saarbrücken.

In de eerste ronde wachtte AC Milan. Op 1 november 1955 liep Saarbrücken San Siro binnen als vertegenwoordiger van Saarland, terwijl de club gewoon in de West-Duitse Oberliga speelde. Tegenover de Saarlanders stonden onder anderen de Zweedse ster Nils Liedholm en Cesare Maldini. Milan kwam met 3-1 voor, maar Saarbrücken knokte zich terug en won met 3-4.

1. FC Saarbrücken won in Italië van AC Milan1. FC Saarbrücken

In de return maakte Milan met een overwinning van 1-4 alsnog een einde aan het Europese avontuur, maar de dubbele ontmoeting paste perfect bij de voorgaande tien jaar. Een club uit een gebied dat een speelbal was geworden tussen de Europese mogendheden, had zich opnieuw tussen de grote voetbalnaties gemengd.

Het was een laatste stuiptrekking. Op 6 juni 1956 speelde Saarland zijn laatste interland. In het Olympisch Stadion in Amsterdam won Nederland met 3-2. Een maand later besloot de Saarlandse voetbalbond aansluiting te zoeken bij de DFB. Op 28 juli werd die aanvraag unaniem goedgekeurd.

Daarmee liep het voetbal zelfs iets op de politiek vooruit. Op 1 januari 1957 werd Saarland officieel onderdeel van de Bondsrepubliek Duitsland. Voor 1. FC Saarbrücken waren de gloriedagen toen grotendeels voorbij. In het eerste Bundesligaseizoen, 1963/1964, eindigde de club als laatste en volgde onmiddellijke degradatie. Een blijvende terugkeer op het hoogste niveau kwam er nooit meer. Anno 2026 speelt Saarbrücken in de 3. Liga, maar de geschiedenis van de club blijft uitzonderlijk: enkele jaren lang was zij het internationale uithangbord van een voetballand dat eigenlijk nergens bij hoorde.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

€
Bedrag € -