De schaduw van FIFA

Twee elftallen, één naam: de Ierse voetbaloorlog die de FIFA dertig jaar bezighield

Hoe een bekerwedstrijd de breuk tussen Belfast en Dublin blootlegde

Het Ierse elftal in 1934 Nationaal Archief Nederland

Decennialang claimden twee bonden de naam Ierland en selecteerden ze spelers uit hetzelfde gebied. Het leverde een wonderlijke geschiedenis op, waarin politieke problemen en voetbal, zoals vaker, hand in hand gingen. De FIFA had uiteindelijk ruim dertig jaar nodig om de strijd rond het Ierse interlandvoetbal te beslechten. Daardoor kon het gebeuren dat sommige spelers in de kwalificatie voor het wereldkampioenschap van 1950 voor twee landen uitkwamen.

In 1914 wint Ierland voor het eerst het British Home Championship, het prestigieuze jaarlijkse toernooi tussen de vier Britse landenteams. Dertig jaar heeft het eiland op die triomf moeten wachten, waarna het zich zes jaar lang titelverdediger mag noemen. De Eerste Wereldoorlog breekt namelijk uit en het British Home Championship wordt stilgelegd.

Niet alleen het vasteland van Europa verandert in die jaren ingrijpend. Ook op de Britse eilanden is het hommeles. In Ierland bezetten republikeinse opstandelingen tijdens Pasen 1916 belangrijke gebouwen in Dublin en roepen ze een onafhankelijke republiek uit. Het Britse leger slaat de Paasopstand binnen een week neer en executeert de leiders. Die gewelddadige oplossing geeft het streven naar onafhankelijkheid juist nieuwe aanhang.

Ierse Onafhankelijkheidsoorlog

In 1919 begint uiteindelijk de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog, waarin het Ierse Republikeinse Leger tegen het Britse gezag strijdt. Met hinderlagen en aanslagen maken de onafhankelijkheidsstrijders het de Britten steeds moeilijker hun gezag op het eiland te handhaven. Het ettert voort totdat beide partijen in juli 1921 een wapenstilstand overeenkomen. Het Anglo-Ierse Verdrag maakt eind 1921 de weg vrij voor de Ierse Vrijstaat, terwijl zes graafschappen in het noordoosten als Noord-Ierland bij het Verenigd Koninkrijk blijven.

Het Ierse elftal dat in de winnende campagne aantrad tegen WalesWikipedia/onbekend

Dat zorgt op voetbalgebied voor problemen. Het nationale elftal is sinds 1880 verbonden aan de Irish Football Association (IFA), met Belfast als bestuurlijk bolwerk. Sinds 1911 is de organisatie aangesloten bij de FIFA, al trekt men liever op met de andere Britse bonden (Wales, Schotland en Engeland), die grotendeels zelf hun onderlinge interlands bepalen.

Al voor de officiële onafhankelijkheid is er vanuit de graafschappen die uiteindelijk de Ierse Vrijstaat zullen vormen, onvrede over de manier waarop de bond wordt geleid. De zuidelijke clubs voelen zich achtergesteld bij hun noordelijke concurrenten. Historicus Cormac Moore heeft berekend dat spelers van clubs uit Ulster tussen 1882 en 1921 in totaal tot 798 interlandoptredens komen. Voetballers van clubs uit Leinster, de provincie waarin Dublin ligt, komen tot slechts 75 optredens voor het Ierse team.

De politieke scheidslijn tussen Noord-Ierland en de rest van het eiland, zoals die in 1921 ontstondWikipedia

Ook de plek waar de wedstrijden worden gespeeld, zorgt voor scepsis. In totaal speelt Ierland vóór de splitsing 54 interlands op het smaragdgroene eiland. Maar liefst 48 daarvan worden in Belfast afgewerkt. De overige zes keer mag Dublin als gastheer optreden. Bovendien komen bijna alle bestuurders uit het noorden, waardoor de zuidelijke clubvertegenwoordigers vinden dat ze amper inspraak hebben en financieel worden achtergesteld.

Wel moet daarbij worden gezegd dat Belfast het kloppend hart is van het Ierse voetbal van vóór 1921. De clubs zijn sterker, het professionele voetbal is er verder ontwikkeld en er komt simpelweg meer publiek op de wedstrijden af. Verhoudingen die logischerwijs ook in de nationale ploeg zichtbaar zijn.

Bekerwedstrijd Glenavon – Shelbourne

Uiteindelijk legt een bekerwedstrijd de breuklijnen in het Ierse voetbal bloot. In maart 1921, terwijl de onafhankelijkheidsoorlog nog woedt, treffen Shelbourne uit Dublin en Glenavon uit Lurgan, nabij Belfast, elkaar in de halve finale van de Irish Cup.

De eerste wedstrijd wordt in de belangrijkste stad van het noorden gespeeld en eindigt in 0-0. Shelbourne verwacht dat de replay in Dublin mag worden afgewerkt, maar Glenavon en de IFA vinden de reis naar het zuiden vanwege de politieke onrust te gevaarlijk. Ook de tweede wedstrijd wordt aan Belfast toegewezen. Voor de clubs uit Dublin is daarmee de grens bereikt.

Het dispuut groeit uit tot een bestuurlijke breuk. De Leinster Football Association, waarbij de Dublinse clubs zijn aangesloten, keert zich tegen de IFA. Een paar maanden later valt in Molesworth Hall het historische besluit om een eigen bond op te richten. Op 2 september 1921 houdt de Football Association of Ireland (FAI) haar oprichtingsvergadering..

Britse bonden weg uit de FIFA

Meer dan een jaar later, op 6 december 1922, ontstaat de Ierse Vrijstaat. De politieke scheidslijn is dan al getrokken: Noord-Ierland, bestaande uit zes graafschappen, heeft sinds 1921 een eigen bestuur binnen het Verenigd Koninkrijk. De overige 26 graafschappen vormen het huidige Ierland. Op een Europese landkaart hangend in een bassischoolklas is de grens daarmee duidelijk zichtbaar, op voetbalgebied lopen de lijnen wat anders.

De oude IFA en de jonge FAI beschouwen namelijk heel Ierland als hun werkterrein. Zoals de Athletic News het verwoordt: ‘De nieuwe bond is niet van plan zich te beperken tot hun directe omgeving in Dublin. Ze willen hun werkterrein over heel Ierland uitbreiden.’

Met twee Ierse voetbalbonden lijkt zich voor de FIFA een internationaal voetbalprobleem aan te dienen. De nasleep van de Eerste Wereldoorlog biedt de nieuwkomers uit Dublin echter een onverwachte opening en de wereldvoetbalbond tijdelijk een kopzorg minder. De Britse bonden hebben (ander woord namelijk) in 1920 de FIFA verlaten. Engeland, Schotland, Wales en Ierland willen niet onder dezelfde paraplu vallen als de landen waartegen ze vier jaar lang oorlog hebben gevoerd. Ze verlangen dat ook andere FIFA-leden Oostenrijk, Hongarije en Duitsland mijden. Wanneer de wereldvoetbalbond het boycot niet overneemt, zeggen de vier bonden hun lidmaatschap op.

Olympische Spelen van Parijs

Zo wordt de FAI in augustus 1923 toegelaten tot de FIFA, al trekt de wereldvoetbalbond daarbij een grens. Duidelijk wordt gemaakt dat de nieuwe organisatie de Ierse Vrijstaat vertegenwoordigt, niet het hele eiland. De bondsnaam bij de FIFA wordt daarom Football Association of the Irish Free State (FAIFS).

Aan de overkant van de Ierse Zee verandert er voor de Britse voetballanden ondertussen weinig. Tegen andere Europese landen wordt toch al nauwelijks gespeeld en als een van de drie tegen Ierland moet aantreden, gaat de reis nog altijd naar Belfast. De nieuwe voetbalautoriteiten in Dublin moeten elders hun tegenstanders zien te vinden.

Het elftal van de Ierse Vrijstaat dat meedoet aan de Olympische Spelen van 1924FAI

Voor de jonge bond blijkt dat allesbehalve eenvoudig. In een tijd waarin landen vooral bij hun buren op bezoek gaan om een interland te spelen, is uitwijken naar het eiland aan de rand van Europa niet een vanzelfsprekendheid. Pas in 1924 speelt de Ierse Vrijstaat zijn eerste internationale wedstrijd. Het podium is meteen een van de grootste voetbaltoernooien uit die tijd: de Olympische Spelen van Parijs.

Op 28 mei 1924 betreedt het Ierse voetbalelftal in de Parijse voorstad Colombes het veld. Niet in het overbekende groen, maar in het blauw, oftewel St. Patrick’s blue. Tegenstander Bulgarije, dat eveneens groen als thuiskleur heeft, wordt met 1-0 verslagen door een doelpunt van Paddy Duncan. Een ronde verder is Nederland met 2-1 te sterk.

Iets minder dan drie weken na het internationale voetbaldebuut van de Ierse Vrijstaat keert de oude IFA samen met de Engelse, Welshe en Schotse voetbalbond terug bij de FIFA. Dat levert spanningen op. Vanuit Belfast houdt men vast aan de naam Ierse voetbalbond en blijft men spelers van het hele eiland selecteren. Een doorn in het oog van de bestuurders in Dublin, die zien hoe de Belfast-bond zich weinig aantrekt van de pas getrokken landsgrenzen en op het hele eiland blijft vissen naar internationals.

Northern aan de naam Irish Football Association toevoegen

In juni 1927 maakt men de onvrede kenbaar bij de wereldvoetbalbond in Helsinki. De FAIFS stelt voor om in de FIFA-statuten het woord Northern aan de naam Irish Football Association toe te voegen. Daarmee moet duidelijk worden dat de organisatie in Belfast niet langer het hele eiland vertegenwoordigt. De Noord-Ieren zijn niet aanwezig, maar tekenen schriftelijk protest aan. Ze krijgen aanvankelijk steun van de Engelse afgevaardigde Charles Pickford, die voorstelt de beslissing een jaar uit te stellen. Pickford komt tijdens hetzelfde congres daarop terug en noemt het verzoek van Dublin uiteindelijk redelijk. Vervolgens wordt het voorstel unaniem aangenomen.

Daarmee is de namenkwestie nog lang niet opgelost. Vier maanden na het besluit in de Finse hoofdstad loopt in Belfast gewoon weer een elftal onder de naam Ierland het veld op. Tegenstander Engeland krijgt op Windsor Park zelfs een 2-0-nederlaag om de oren. In Dublin kan men slechts tandenknarsend toezien hoe de oude IFA de uitspraak van de wereldvoetbalbond naast zich neerlegt. Zoals vaker in die tijd blijkt, wat op de burelen van de FIFA wordt besloten, is op de voetbalvelden van Groot-Brittannië nauwelijks iets waard.

Vervolgens zeggen in 1928 de vier Britse bonden de wereldvoetbalbond opnieuw gedag, ditmaal vanwege een ruzie over vergoedingen aan amateurvoetballers. Achttien jaar lang zullen ze buiten de FIFA blijven. Voor de internationale bestuurders wordt het daardoor nog lastiger om de Ierse (namen)kwestie te regelen.

Zodoende leven beide nationale ploegen in verschillende voetbalwerelden. Tijdens de jaren buiten de FIFA blijft voor de bond uit Ultster vooral het vertrouwde onderonsje over: het British Home Championship. De selectie uit het noorden speelt pas in 1952 weer een wedstrijd tegen een Europees land.

Vanuit Dublin wordt per boot of vliegtuig wel geregeld de oversteek gemaakt. Interlands tegen België, Spanje, Duitsland en Nederland staan meermaals op het programma en andersom maken die landen ook de reis naar de Ierse Vrijstaat. Men doet bovendien mee aan de WK-kwalificaties, terwijl die deur voor de Britse voetballanden gesloten blijft zolang ze buiten de FIFA staan.

Ergernis bij de voetbalautoriteiten in de Vrijstaat

Wel begint het de bestuurders in Dublin steeds meer te steken dat ze van FIFA onder de naam Ierse Vrijstaat moeten spelen. Vanaf halverwege de jaren dertig klinkt dan ook steeds vaker de naam Ierland wanneer het over de nationale ploeg gaat. De secretaris-generaal van de bond, Joe Wickham, is een van de grote aanjagers van die verandering. Hij vindt het tamelijk bijzonder dat Belfast zich blijft opwerpen als de baas van het Ierse voetbal, terwijl het gezag niet verder reikt dan zes van de 32 graafschappen. Om zijn argument kracht bij te zetten, neemt hij bij FIFA-bijeenkomsten zelfs kaarten van Ierland mee waarop de politieke grenzen duidelijk zichtbaar zijn.

Omdat beide bonden jarenlang aanspraak blijven maken op spelers van het hele eiland, komen sommige voetballers voor beide nationale elftallen uit. Het beroemdste voorbeeld uit de jaren dertig is wellicht Paddy Moore. In 1932 speelt hij in de gelederen van het noordelijke Ierland tegen Engeland in het British Home Championship. Twee jaar later scoort hij vier keer in het 4-4 gelijkspel tegen België, maar ditmaal draagt hij het shirt van de Ierse Vrijstaat.

Die Ierse Vrijstaat-doelman Bill Harrington kan een inzet ternauwernood stoppenNationaal Archief Nederland

De situatie met spelers die voor twee landen uitkomen, wordt helemaal bijzonder in de aanloop naar het WK van 1950. Op 18 april 1949 verlaat de Ierse staat namelijk het Britse Gemenebest en wordt de republiek formeel een feit. Daarmee verdwijnt ook de laatste constitutionele band met de Britse kroon.

De Britse voetbalbonden vallen nog wel daaronder en zijn na de Tweede Wereldoorlog teruggekeerd bij de FIFA. Toch blijven ze hun eigenaardigheden houden, zodoende dient het British Home Championship ervoor om te bepalen welke twee landen de reis naar Zuid-Amerika mogen maken. Ondertussen mag het andere Ierland met Zweden en Finland uitmaken wie een WK-ticket verovert.

Wanneer op 8 maart 1950 de noordelijke Ierse afvaardiging in Wrexham tegen Wales aantreedt, staan er vier spelers uit de kersverse republiek op het veld: Tom Aherne, Reg Ryan, Davy Walsh en aanvoerder Con Martin. Allemaal zijn in de voorafgaande maanden ook tijdens de WK-kwalificatie voor de zuiderlingen uitgekomen. Martin en Walsh hebben daarin zelfs gescoord.

Dat is voor de bobo’s in Dublin de druppel die de emmer doet overlopen. Omdat FIFA maar niet ingrijpt, besluiten de bestuurders de spelers zelf onder druk te zetten. Wie naar een buitenlandse club wil vertrekken, moet voortaan schriftelijk beloven niet voor het elftal van Belfast uit te komen. Zonder die toezegging dreigt de FAI de benodigde internationale overschrijving te weigeren. Een lucratieve transfer naar een Engelse profclub kan daarmee zomaar in het water vallen.

De bestuurders in Noord-Ierland zijn in de wiek geschoten en ze eisen van de FIFA dat het drukmiddel wordt afgewezen. In 1951 trekken de bondsbestuurders uit Dublin de omstreden bepalingen terug, nadat de wereldvoetbalbond heeft bevestigd dat Belfast niet zomaar spelers uit de Republiek Ierland mag selecteren.

In november 1953, ruim dertig jaar na het ontstaan van de Ierse Vrijstaat, lijkt de FIFA eindelijk ook de namenkwestie te beslechten. Na een vergadering in Parijs wordt bekendgemaakt dat de jongste van de twee Ierse bonden de sterkste aanspraak heeft op de naam ‘Ierland’. De vertegenwoordigende elftallen van de andere bond moeten voortaan als ‘Noord-Ierland’ door het leven.

De autoriteiten in Belfast weigeren dat de voetbalgeschiedenis vanuit Parijs wordt herschreven. De oude IFA wijst dan ook op haar ruim zeventigjarige geschiedenis en beschouwt zichzelf nog altijd als de rechtmatige erfgenaam van het Ierse elftal. Bovendien hebben in al die decennia na de Ierse onafhankelijkheid, de andere Britse voetbalbonden haar altijd als de vertegenwoordiger van Ierland beschouwd.

Eindelijk het pleit beslecht

In 1954 wordt daarom opnieuw over het namendispuut vergaderd. Een compromis brengt uiteindelijk uitkomst. De nationale ploeg uit Dublin krijgt officieel de naam Republic of Ireland. Het elftal uit Belfast gaat internationaal verder als Northern Ireland, maar mag binnen het British Home Championship voorlopig de historische naam Ireland blijven gebruiken.

Op 7 november 1954 speelt de Republiek Ierland voor het eerst officieel onder de nieuwe naam. Noorwegen komt naar Dalymount Park in Dublin, waar Con Martin en Reg Ryan voor een 2-1-overwinning zorgen. Uitgerekend twee mannen die enkele jaren eerder nog voor beide Ierse ploegen speelden.

Tegenwoordig is voetbal een van de weinige grote teamsporten op het eiland met twee afzonderlijke nationale bonden en elftallen. Rugby, cricket en hockey kennen nog altijd een gezamenlijke Ierse vertegenwoordiging. In die sporten vormt de politieke grens tussen noord en zuid geen scheidslijn op het internationale speelveld.

Bronnen (7)
  1. Cormac Moore – The Irish Soccer Split History Ireland
  2. Archives of the Football Association of Ireland (P137) University College Dublin
  3. Conor Murray – More Than a Game Dublin City University, 2022
  4. Peter Byrne – Issue of Who Should Be Called Ireland The Irish Times
  5. Joe Wickham – Biografie Dictionary of Irish Biography
  6. The Molesworth Hall Revolution The Blizzard
  7. The Treaty 1921: Records from the Archives National Archives of Ireland

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

€
Bedrag € -

Verder lezen

Boeken bij dit verhaal