Betaald voetbal in Nederland

Eerst scoren tegen PSV, daarna de cel in: de MVV’er die aan moord werd gelinkt

Ferenc Banky Twentsche Courant/bewerkt met Chatgpt

Zijn naam stond maandagochtend nog tussen de doelpuntenmakers in de dagbladen. MVV-aanvaller Ferenc Bánky had een dag eerder in Eindhoven zijn tweede treffer van het seizoen gemaakt: de gelijkmaker tegen PSV. Het mocht niet baten. De Maastrichtenaren verloren met 2-1. Drie dagen later dook zijn naam opnieuw op in de krant, maar ditmaal niet op de sportpagina’s.

Bánky werd in de week van 8 februari 1960 aangehouden tijdens een onderzoek naar een reeks diefstallen in de omgeving van Charleroi. In de kranten kreeg de zaak al snel een veel zwaardere lading. Zijn naam verscheen niet alleen naast woorden als diefstal en heling, maar ook in berichten over een roofoverval en een moord.

De verdenking vormde een wrang nieuw hoofdstuk in een leven dat al eerder door geweld van richting was veranderd. Bijna vier jaar eerder was zijn reis naar Maastricht begonnen, niet op een voetbalveld, maar tussen de puinhopen van een opstand.

Op de vlucht

In het najaar van 1956 probeerde Hongarije zich los te maken van de Sovjet-Unie. De hoop op vrijheid hield slechts enkele weken stand. Begin november rolden Sovjettanks Boedapest binnen en werd de opstand met geweld neergeslagen. Ongeveer 200.000 Hongaren vluchtten de grens over. Ruim drieduizend van hen vonden uiteindelijk onderdak in Nederland.

Ze kwamen terecht in uiteenlopende opvanglocaties, wachtend op werk, huisvesting en een nieuw bestaan. Onder de vluchtelingen bevonden zich ook voetballers. Sommigen hadden in Hongarije op het hoogste niveau gespeeld, anderen kwamen uit voor clubs die voor uitwedstrijden hun stad of streek amper hoefden te verlaten.

Hongarije was in de jaren vijftig het voetballand van Europa. Het land was één grote voetbalboomgaard: zodra de ene gouden generatie was geplukt, hing de volgende alweer te rijpen. Vergelijkbaar met het Frankrijk van nu. Hongarije had weliswaar de WK-finale van 1954 verloren, maar de status van de Machtige Magyaren was nauwelijks verbleekt. Ferenc Puskás, Sándor Kocsis en Zoltán Czibor vertegenwoordigden een generatie die het voetbal sneller, beweeglijker en geraffineerder had gemaakt.

Hongaarse vluchtelingen komen in 1956 aan in Nederland | Foto: Nationaal Archief
Hongaarse vluchtelingen komen in 1956 aan in NederlandNationaal Archief

Na de opstand waaierde het Hongaarse voetbaltalent over Europa uit. Kocsis en Czibor belandden bij Barcelona, Puskás werd een icoon van Real Madrid. In hun schaduw trokken tientallen minder bekende voetballers naar clubs in België, West-Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Voor Nederlandse profclubs vormde de vluchtelingenstroom een onverwachte spelersmarkt. Het betaald voetbal bestond nog maar enkele jaren en was verspreid over meer dan zeventig clubs. Vrijwel iedere middelgrote stad bezat een profclub en vrijwel iedere vereniging zocht naar versterking. Hongaarse voetballers, van wie de kwaliteiten lang niet altijd bekend waren, kregen daardoor al snel iets exotisch. Ook Bánky profiteerde daarvan, al was zijn staat van dienst minder indrukwekkend dan Nederlandse kranten later suggereerden.

Geen ploeggenoot van Puskás

Bánky was in zijn Hongaarse jaren een centrumspits die voornamelijk buiten de hoofdmacht van Ferencváros speelde. De club kwam tijdens de communistische jaren onder de naam Bp. Kinizsi uit. In augustus 1952 speelde hij één competitiewedstrijd voor het eerste elftal, tegen Győri Vasas. Bijna vier jaar later verscheen hij opnieuw in de hoofdmacht, tijdens een paastoernooi tegen Rapid Wien. Verder speelde hij vooral in het tweede elftal.

In Nederland werd hij later gepresenteerd als voormalig speler van het grote Honvéd, dé Hongaarse club van de jaren vijftig, en zelfs als oude ploeggenoot van Puskás. Hongaarse gegevens ondersteunen dat verhaal niet. Ze laten wel zien dat Bánky in mei 1952 met Bp. Kinizsi een oefenwedstrijd tégen Honvéd speelde. Hoe die ontmoeting in de Nederlandse overlevering uitgroeide tot een gezamenlijk verleden met Puskás, is niet meer met zekerheid vast te stellen. Het stond in ieder geval mooier in de krant dan de werkelijkheid was.

Puskas haalt uit als speler van HonvedFortepan

Na zijn vlucht belandde Bánky in een opvangkamp in Zierikzee. Volgens een Nederlands krantenprofiel bracht hij daar ruim een jaar door. Hij wachtte op werk, maar ook op toestemming om weer te mogen voetballen. Gevluchte Hongaarse spelers konden niet zonder meer bij een buitenlandse club tekenen. Internationale transferregels hielden velen van hen ongeveer een jaar aan de kant.

Daarna begon voor Bánky een loopbaan vol omwegen. Hij speelde bij Olympic Charleroi, vertrok korte tijd naar Venezuela en keerde vervolgens terug naar de Lage Landen. In de zomer van 1959 verhuurde Olympic hem voor één seizoen aan MVV.

In het toenmalige stadion van de club, De Boschpoort, werd hij gepresenteerd als versterking voor de voorhoede. Een onomstreden succes werd hij niet. Bánky speelde zeventien competitiewedstrijden en maakte vijf doelpunten. Dat hij een groot deel van het seizoen niet in actie kwam, had niet alleen met zijn vorm of de keuzes van de trainer te maken. Zoals gezegd zat hij enkele weken van de winter achter tralies.

De dood van een oude vrouw

In de nacht van 3 op 4 februari 1960 werd in Charleroi de bejaarde winkelierster Marie-Thérèse Grootjans-Côlerie om het leven gebracht. Haar precieze leeftijd verschilde per krantenbericht. Sommige kranten schreven dat ze tachtig was, andere hielden het op 82.

Grootjans-Côlerie dreef een kleine kruidenierszaak en woonde vermoedelijk in hetzelfde pand. Op 4 februari werd ze daar dood aangetroffen. Ze was gekneveld, beroofd en had een paar flinke klappen gekregen. De verwondingen werden haar fataal.

Een buurvrouw had tijdens de bewuste nacht stemmen gehoord. Volgens haar spraken de aanwezige mannen Frans, zonder een herkenbaar buitenlands accent. Directe ooggetuigen van de moord waren er, voor zover bekend, niet. Wel zouden buurtbewoners kort voor de ontdekking van de vermoorde winkelierster twee goedgeklede jongemannen uit de zaak hebben zien komen: een lange blonde en een kleinere, donkerharige man.

Ondertussen waren bij elektricien Freddy Bauduen in Couillet, een voorstad van Charleroi, huishoudelijke apparaten, radiotoestellen en een televisie verdwenen. Een Belgische krant omschreef de buit spottend als ‘een complete verhuizing’. Wat duidelijk was: de diefstal was uitgevoerd door een bende. Ook onderzocht de politie of dezelfde groep betrokken was bij de diefstal van goederen ter waarde van meer dan 25.000 Belgische frank uit een winkel in Charleroi. Daarnaast liep er een onderzoek naar een overval op mevrouw Navaux, een medewerkster van een postkantoor in Gilly, eveneens een plaatsje vlak bij Charleroi.

MVV eindigde in het seizoen 1959/1960 als dertiende in de eredivisieDelpher

Op woensdag 10 februari, een week na de moord, werden op verzoek van de onderzoeksrechter meerdere Hongaren aangehouden. Onder hen bevonden zich Bánky, zijn collega Gyula Nemes van FC Luik en landgenoot Georgy Benko. Ook oud-voetballer Péter Pál Márton werd opgepakt, maar hij kwam na een kort verhoor weer vrij.

De precieze verdenking tegen Bánky werd in de kranten niet eenduidig beschreven. Sommige berichten spraken van diefstal, andere van heling. Vaststaat dat zijn arrestatie aanvankelijk verband hield met een onderzoek naar gestolen goederen en niet met een formele beschuldiging van moord.

Omdat de verdachten banden zouden hebben met verschillende overvallen in en rond Charleroi, begon de pers de afzonderlijke misdrijven bij elkaar te schuiven. De diefstallen, de overval en de dood van Grootjans-Côlerie kwamen in dezelfde artikelen terecht. Tel daarbij op dat Bánky lang en blond was en zijn eveneens aangehouden landgenoot Nemes kleiner en donkerharig. Precies zoals de buurtbewoners de twee mannen hadden beschreven die vlak na de moord uit de kruidenierszaak waren gekomen. Het was geen bewijs. Voor de Waalse kranten was het wel voldoende om de twee namen nadrukkelijk naast de moord te plaatsen.

Bánky was volgens de krant Le Peuple een ‘knappe jongen met iets van een dandy’. Geen ideale profvoetballer, voegde de krant eraan toe. Hij hield van cafés en dansgelegenheden en zou daardoor weleens een training van Olympic Charleroi hebben overgeslagen. In 1958 was hij bovendien onaangekondigd naar Zuid-Amerika vertrokken. Olympic had hem volgens de krant op eigen kosten uit Caracas laten terughalen.

Diefstal, overval en moord

Zijn de aangehouden Hongaarse voetballers de daders van de misdaad in Gilly?, vroeg Le Peuple boven een uitgebreid artikel over de arrestaties. Een andere krant ging nog een stap verder: Zijn dit de bandieten van het Zwarte Land? Het Zwarte Land was de bijnaam van de sterk geïndustrialiseerde streek rond Charleroi.

Nederlandse kranten namen de Belgische berichten gretig over. Wegens moord? Hongaarse MVV’er in arrest, kopte De Telegraaf. Hongaarse MVV’er in België gearresteerd. Voetballers bij roofmoord betrokken?, vroeg Het Parool. Bij de lezer bleven vooral drie woorden hangen: moord, voetballer en MVV.

Ongeloof in Maastricht

In Maastricht overheerste ongeloof. MVV-voorzitter Max Tripels en manager Priem Rozenberg reisden naar België om zich over de situatie te laten informeren. Ploeggenoot Frans Rutten weigerde te geloven dat Bánky bij een moord betrokken kon zijn. ‘Onmogelijk, dat kan Bánky nooit hebben gedaan. Daarvoor is hij een veel te fijne kerel’, liet Rutten optekenen.

De Hongaarse voetballer zelf kon weinig anders doen dan achter Belgische tralies wachten. Bánky vertelde in een uitgebreid interview dat hij maar liefst zeventien dagen had vastgezeten. Volgens de aanvaller werd hij in al die tijd geen enkele keer verhoord. De cel vrat ondertussen aan zijn lichaam. Naar eigen zeggen viel hij tien kilo af, van 85 naar 75 kilo. Zijn verloofde uit Charleroi probeerde buiten de gevangenismuren zijn alibi te bewijzen. Op het tijdstip van de moord zou hij bij haar thuis zijn geweest.

Op zaterdag 27 februari ging de deur open. In Lille was een verdachte aangehouden. Bánky en enkele andere Hongaarse verdachten mochten vertrekken. De eerste Nederlandse berichten na zijn vrijlating waren helder: de voetballer van MVV had niets met de diefstal van de elektrische apparaten te maken gehad. Maar dat stond niet op de pagina’s waarop eerder de chocoladeletters hadden geprijkt en waar iedere lezer binnen enkele keren bladeren terechtkwam. Zijn onschuld was slechts terug te vinden in de kleine rubrieken achter in de krant.

Volgens Bánky boden Belgische kranten, radio en televisie later excuses aan. Vanuit de omgeving van Olympic Charleroi en MVV werden juridische stappen tegen de sensationele berichtgeving aangekondigd. Zijn vrijheid had hij terug, zijn oude gewicht vermoedelijk nog niet. En zijn naam had ruim twee weken naast het woord moord gestaan.

Twee doelpunten bij zijn terugkeer

Precies een maand na zijn vrijlating keerde Bánky terug op het voetbalveld. Op 27 maart begon hij bij MVV in de basis tegen Sportclub Enschede, een voorloper van FC Twente. Drie minuten na rust maakte hij de openingstreffer. In de slotfase scoorde hij opnieuw. MVV won met 4-0.

Na dat ene seizoen in het zuiden van Nederland vertrok Bánky naar KAA Gent, waar hij tussen 1960 en 1963 speelde. Zijn verblijf in Maastricht bleef beperkt tot zeventien wedstrijden en vijf doelpunten. Toch was dat lang genoeg om hem een vaste plaats in de merkwaardige geschiedenis van MVV te bezorgen.

De zaak kreeg jaren later nog een wonderlijke voetnoot. Gyula Nemes, een van de Hongaarse voetballers die in februari 1960 eveneens werd aangehouden, belandde in 1966 ook in bij MVV. Hij zou er 57 competitiewedstrijden spelen.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

€
Bedrag € -