Brieven aan mijn voetbalhatende vader

#7 As

Lieve papa,

Ik heb een paar dagen niets van mij laten horen. Het waren drukke dagen op het werk en gisteren stond er een merkwaardige, zo op het oog emotionele dag op het programma. We gingen je as ophalen bij het crematorium, de plek waar we je vijf maanden geleden hadden achtergelaten.

Na mij door het half stilstaande verkeer rond Rotterdam en de zoals altijd dichtgeslibde A58 te hebben gewurmd, kwam ik ongeveer tegelijk met mama, Marieke en Suzanne aan bij de uitvaartfabriek. Die omschrijving klinkt misschien wat crue, maar het pand langs de provinciale weg had net zo goed het hoofdkantoor van een regionaal accountantskantoor kunnen zijn. Alleen het bord bij de ingang verraadde dat de hoofdbusiness hier geen jaarrekeningen, maar mensenlevens betrof.

Een bijzonder vriendelijke vrouw heette ons welkom. Ze begon met de standaardvragen die vermoedelijk in de dagcursus van Dela worden behandeld. Toen mama vertelde dat ze tegen dit moment had opgezien en het bezoek daarom lang had uitgesteld, verdween het lesmateriaal gelukkig naar de achtergrond. Onze gastvrouw liet haar professionele façade vallen en ging oprecht menselijk verder.

Ze vulde onze onwetendheid beetje bij beetje aan. We stelden vragen die ons persoonlijk raakten, bijvoorbeeld over het uitstrooien van as. Maar ook over het bestaan van biologisch afbreekbare of circulaire doodskisten, omdat jij bij elkaar nog geen middag tussen de planken hebt gelegen. Eigenlijk vroegen we alles wat op zo’n moment onverwacht in ons brein ontsproot.

Daarna begon het administratieve ritueel. Formulieren werden tevoorschijn gehaald, namen gecontroleerd en handtekeningen gezet. Zelfs na de dood blijkt de bureaucratie gewoon door te leven.

Je as zat in een grijze, plastic verpakking die een beetje deed denken aan een pak cornflakes. In plaats van een groene haan, stond er dit keer een Nederlands polderlandschap op de buitenkant. Alleen even eenhandig schudden om te horen of er nog iets in zat, zoals bij ontbijtproducten, was geen optie. Je woog behoorlijk. Volgens de uitleg hadden je botten gedurende je leven weinig te lijden gehad, waardoor de verpakking goed gevuld was.

Mama en de zusjes wilden een klein gedeelte apart houden. Misschien kan dat later worden verwerkt in een voorwerp voor in huis. Ik hoefde dat niet. Ik heb genoeg aan het fotolijstje dat bij mij thuis staat. Een lijstje zonder foto, overigens, want het ontwikkelen daarvan stel ik al maanden uit. Geen idee waarom. Het is een klusje van een paar minuten, maar wellicht zie ik juist daar tegenop.

Ik had sowieso niet zoveel met het ritueel van gisteren. Dat lag gedeeltelijk aan de fantasieloze jarennegentigarchitectuur van het gebouw, maar vooral aan het gebrek aan herkenning. Ik heb bijvoorbeeld meer met figuratieve dan met abstracte kunst. Ik moet ergens een mens, een landschap of desnoods een verkeerd geschilderde fruitschaal in kunnen ontdekken. Dat heb ik niet bij wat het vuur van je had overgelaten.

Dat had ik wel bij jou op je sterfbed. Ook bij foto’s die langskomen op mijn telefoon en in herinneringen die omhoogkomen bij het douchen of fietsen. Daarin herken ik je handelen, je koppigheid, je liefdevolle manier van met dingen omgaan en de kleine gewoontes die jarenlang nauwelijks opvielen, maar nu steeds meer aan het oppervlak komen. In as zag ik niets van jou terug. Het was materiaal, een restant zonder gezicht of karakter. Het verstand wist dat jij het was, maar het gevoel weigerde daarin mee te gaan.

Je as dwong ons ondertussen wel om nog wat langer te blijven zitten. Terwijl onze gastvrouw je over kleine zakjes en buisjes verdeelde, zodat mama en de zusjes het later in een interieuraccessoire konden verwerken, zaten wij met zijn vieren tegenover een wand vol urnen.

Er stonden exemplaren tussen die je zonder enige toelichting op een modern dressoir kon zetten. Mensen die dan op bezoek komen zouden waarschijnlijk denken dat het om een object ging dat was gekocht in de betere woonwinkel, zonder te beseffen dat de overblijfselen van een mens erin werden bewaard. Daarnaast stonden er urnen die hun functie moeilijk konden ontkennen. Houders die ik onmiddellijk voor mij zag in een typisch Brabants huishouden uit de jaren zestig of zeventig. Op een bijzettafeltje, boven op een kanten kleedje, met daarnaast een ingelijste foto van de overledene. Eventueel een Mariabeeld erboven om het katholieke tafereel volledig af te maken.

Uiteindelijk namen we je mee terug naar mama. We gingen lunchen en stonden met zijn vieren nog even bij je stil. Maar zoals dat altijd gaat, drong ook de werkelijkheid van alledag zich al snel weer op.

In je laatste jaren had je een bescheiden wagenpark aan hulpmiddelen verzameld. Van een opvouwbare scootmobiel tot een rolstoel en alles wat daar qua wielen, hendels en accu’s tussenin zat. Een deel daarvan hebben we voor een schappelijke prijs op Marktplaats gezet. Spullen die voor ons vooral herinneren aan wat je niet meer kon, kunnen iemand anders hopelijk juist weer een beetje vrijheid geven. Dat lijkt mij een betere bestemming dan langzaam stofhappen in de schuur.

Uiteindelijk reed ik vlak voor de vrijdagspits weer naar huis. Vrijwel iedere weg waarlangs een bord met honderd stond, was in werkelijkheid teruggebracht tot zeventig. De A58 presenteerde zich ditmaal als een trechter richting het noorden, waar auto’s slechts mondjesmaat doorheen werden gelaten. Maar juist doordat het verkeer voortkroop als een trage stoet achter een rouwauto, kreeg ik alle tijd om rustig aan jou te denken.

Alsnog was ik ruim op tijd voor het WK-programma met daarin de Verenigde Staten–Australië. Twee overblijfselen van de Angelsaksische wereldoverheersing en bovendien twee landen waarvoor jij altijd een bovengemiddelde belangstelling had. Niet noodzakelijk vanwege hun voetbalelftallen, maar vanwege de cultuur.

Ik heb het tot de rust gehaald.

Het autorijden, of beter gezegd: het filerijden, en de emotionele lading die die dag blijkbaar toch met zich meedroeg, hadden me er uiteindelijk onder gekregen.

Liefs,

Matthijs

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

Bedrag € -

Lees ook

#6 Hippie Oorlogen, geldgebrek een storm op zee en de Ramadan, de problematische WK-kwalificaties van Egypte