#6 Hippie – MattSnep

Leiden 16 juni,

Lieve pap,

Er is weinig WK-nieuws om over naar huis te schrijven. Spanje tegen Kaapverdië eindigde zoals het begon: 0-0. Een verrassende uitslag, zeker. Alsof een kleine vissersboot een galjoen van koers wist te brengen. Alleen beklijft de brilstand niet. Negentig minuten kostbare kijktijd die ik heb opgeofferd om getuige te zijn van wat Rotterdams geluk.

België tegen Egypte had meer leven in zich. Dat duel sprankelde tenminste nog. Alleen tegen de tijd dat de wedstrijd zijn beslissende fase bereikte, lonkte het bed al nadrukkelijker dan het scherm. Ik heb hem afgekeken, maar het bed voelde uiteindelijk aan als een herstelcentrum voor teleurgestelden.

De rest van de wedstrijden keek ik de volgende ochtend in samenvattingsvorm. En natuurlijk kwam het gelijkspel van het toevluchtsoord voor gepensioneerde Noord-Europeanen tegen de Atlantische archipel in al zijn opgepomptheid voorbij.

Vroeger koos ik altijd de kant van de underdog. Een maand lang meeleven met het Zuid-Korea van Guus Hiddink. Of die wonderlijke zomer waarin Griekenland het EK won en niet Portugal. Of vond mijn gemoed vooral rust in de wetenschap dat Ronaldo en zijn kornuiten de beker niet mochten aanraken?

Hoe dan ook, mijn zwak voor dwarsliggers en buitenstaanders komt niet uit de lucht vallen. In die categorie hoorde ik laatst trouwens van mama een verhaal over jou. Een anekdote die mij onbekend was

Het speelde in de periode waarin je een dagelijkse strijd voerde met opa en oma. Jij koos in de eeuwige discussie voor The Rolling Stones, bewust niet voor The Beatles. Daarbij dus ook voor de lange manen van Mick en niet de keurige coupe van Paul. En daarmee was het meteen een statement. Het bracht gedoe met zich mee, vooral in je eeuwigdurende strijd met oma. ‘Van mijn moeder moest ik naar de kapper’, zei je later. ‘Mijn vader liet het gaan.’

Met die haren die je schouders aantikte was je de buitenstaander in een gezin dat liever de wetten van kerk en gezag volgde. Waar je broers kortgeknipt door het leven gingen en je zussen liefdevol opvolgde wat leraar, pastoor of andere dorpsnotabelen zeiden, schepte jij afstand. Waar de rest van de opgroeiende kinderen luisterden naar de veilige klanken van Corry Konings en Heino, zocht jij je toevlucht op de graanzolder.

Daar bouwde je met een zelfgemaakte versterker aan een eigen muzikaal universum. De eerste single was Window of My Eyes van de Cuby and the Blizzards. Daarna volgden het hele rockspectrum wat de late jaren zestig te bieden had; The Who, Jimi Hendrix, of Santana. Alsof de samensteller van Woodstock even op jouw vlondertje had gekeken voordat hij het programma samenstelde.

Ook de kerk liet je achter je. Al op je veertiende of vijftiende. Een zware beslissing in het Brabant waar het Rijke Roomse leven nog op elke straathoek zichtbaar was. Er werd gemopperd, natuurlijk. Er werden pogingen gedaan om je terug te halen. Maar al snel mocht jij je zondagen anders invullen.

De grootste botsing moest toen nog komen.

In de zomer van 1968 stond je op een kruispunt. Opa en oma zagen de toekomst al helder voor zich: alle zonen waren het huis uit, op de jongste na, net klaar met de middelbare school. Die kon dus mooi blijven werken op de boerderij. Maar jij keek verder dan de horizon van het erf, voorbij wat voor hen vanzelfsprekend was. Jij wilde naar de middelbare tuinbouwschool in Nijmegen.

‘Gij gaat niet naar Nijmegen toe’, zei oma keer op keer.

Gelukkig verscheen er onverwacht een bondgenoot. De directeur van de katholieke lagere tuinbouwschool kwam langs om je ouders te overtuigen. Hij zag wat jij zelf al wist: dat je talent niet lag in de dagelijkse boerderijwerkzaamheden. En juist het gezag waar jij je tegen afzette, werkte toen een keer in je voordeel. Tegen het oordeel van een directeur ging men niet zomaar in. Zo kreeg een langharige hippie hulp van hetzelfde systeem waar hij zich aan had ontworsteld.

Een paar jaar later werd die oude discussie nog een keer uit de mottenballen gehaald. Nog steeds als drukmiddel. Na het tragisch overlijden van tante Toos, jouw zus, ging haar plotsklap tot weduwnaar gebombardeerde man opnieuw trouwen. De langhaarkwestie kwam weer op tafel te liggen. Je mocht alleen naar het huwelijk komen als je eerst naar de kapper ging.

Het was een oude poging om alsnog terrein terug te winnen. Alsof de stellingen in een toch al verloren veldslag opnieuw moesten worden ingenomen.

Het bruidspaar stak er een stokje voor.

‘Jos komt zoals hij is.’

En dus verscheen je daar met je lange haren, als een veredelde hippie tussen de nette pakken en zorgvuldig gekamde kapsels. Ik vermoed dat een colbert ontbrak. Een keurige pantalon waarschijnlijk ook. En over de schoenen zullen we het maar niet hebben.

Toch denk ik dat je er precies goed uitzag.

Tot morgen, pap.

Steun mijn journalistiek met een kleine donatie
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!

Bedrag € –

CONTACT

Success

Je inzending is succesvol verstuurd

Error

Sorry er ging iets fout met verzenden