Het is WK-cultuur. Spanjaarden die tijdens de Marcha Real met gesloten mond voor zich uit kijken, omdat hun volkslied geen officiële tekst heeft. Gianluigi Buffon die al zijn gezichtsspieren in de strijd gooit om Il Canto degli Italiani tot in de verste uithoek van het stadion te laten horen. Of die eerste felle tonen van La Marseillaise, waarbij je, nog voordat de camera langs de spelers glijdt, al weet: Frankrijk speelt.
Dat ogenschijnlijk eenvoudige ritueel ging tijdens het wereldkampioenschap van 1986 tot tweemaal toe hopeloos mis. Brazilië kreeg voorafgaand aan een wedstrijd niet het eigen volkslied te horen. Twee dagen later dreigde België naar het West-Duitse volkslied te moeten luisteren, waarna de techniek het liet afweten en het Mexicaanse publiek zelf maar voor de muziek moest zorgen.
Guadalajara • 1 juni 1986 •
Groepswedstrijd Brazilië – Spanje: 1-0
Een loflied voor de vlag
Voor Brazilië begint het WK van 1986 in het Estadio Jalisco tegen Spanje. Het is de ploeg van bondscoach Telê Santana, met spelers als Sócrates, Zico, Branco en Júnior. Een elftal waarvan wordt verwacht dat het niet alleen wint, maar dat ook doet op een manier waarop gewone stervelingen zich even afvragen waarom zij ooit zelf voetbalschoenen hebben gekocht.
De Braziliaanse spelers stonden voor de aftrap schouder aan schouder, klaar om het volkslied uit volle borst mee te zingen. Zodra de eerste tonen klonken, maakten de plechtige gezichten plaats voor vragende blikken en probeerde iedereen zo goed mogelijk strak voor zich uit te blijven kijken. Alleen Sócrates kon zijn ongeloof niet helemaal verbergen: de aanvoerder schudde licht met zijn hoofd.
Die reacties waren logisch, want uit de luidsprekers klonk niet het Hino Nacional Brasileiro, maar het Hino à Bandeira, de lofzang op de Braziliaanse vlag. De melodie en de tekst hadden niets met het echte volkslied te maken, waardoor de spelers hun mond stijf gesloten hielden. De tekst van dit lied kenden ze bovendien helemaal niet.
Verkeerd cassettebandje
Hino à Bandeira, ooit geschreven om de Brazilianen kennis te laten maken met de nieuwe vlag, was natuurlijk een keurig nationalistische compositie. Voor deze gelegenheid was het alleen ongeveer even geschikt als Three Lions (Football’s Coming Home) afspelen in plaats van God Save the King.
Volgens een krantenbericht in De Telegraaf houdt de stadiondirectie het bij een eenvoudige verklaring: ‘Sorry, we hebben het verkeerde bandje in de cassettespeler gestopt.’
Daar neemt de Braziliaanse bond geen genoegen mee en dient een officiële klacht bij de FIFA in. Een wereldkampioenschap is tenslotte geen verjaardagsfeest waarop de diskjockey het verzoek krijgt om Sunny van Boney M te draaien en toch voor Daddy Cool kiest.
Sportief loopt het voor Brazilië beter af. Sócrates maakt in de tweede helft het enige doelpunt van de wedstrijd. De Brazilianen beginnen het toernooi met een overwinning, terwijl de Spanjaarden zich vooral beklagen over een niet toegekend doelpunt. Het verkeerde volkslied wordt daardoor een voetnoot voor het land dat in de kwartfinale door het Frankrijk van Platini zou worden uitgeschakeld.
Twee dagen later blijkt dat de organisatoren nog niet van hun platenkeuze hebben geleerd.
Mexico-Stad • 3 juni 1986 •
Groepswedstrijd Mexico – België: 2-1
Het West-Duitse volkslied wordt niet gespeeld voor België
In het Estadio Azteca is Melquiades Sánchez verantwoordelijk voor de stadionomroep en de muziek. Hij is al sinds de opening van het stadion in 1966 aan het complex verbonden. Vanuit zijn positie hoog in het stadion kondigt hij de spelers aan, begeleidt hij ceremonies en zet hij voorafgaand aan wedstrijden de volksliederen op.
Sánchez laat de aangeleverde opnamen zelfs controleren door supporters uit het betreffende land. Een verstandige werkwijze, want de gemiddelde Mexicaanse geluidstechnicus zal vermoedelijk net zoveel moeite hebben om de Brabançonne te herkennen als een Belg om het verschil te horen tussen het volkslied van Costa Rica en dat van Belize.
Voor de wedstrijd tussen gastland Mexico en België blijkt die voorzorgsmaatregel hard nodig. Het bandje dat voor de Belgen is klaargelegd, bevat namelijk niet het Belgische volkslied. Enkele supporters van de Rode Duivels luisteren ernaar en waarschuwen Sánchez. Dit is niet hun volkslied; het is dat van West-Duitsland.

Daarmee dreigt de WK-wedstrijd van Jean-Marie Pfaff, Eric Gerets, Jan Ceulemans en Enzo Scifo tegen het thuisland te beginnen met de muzikale begeleiding van hun oosterburen. Voor een land dat nog geen vijftig jaar eerder door Duitsland was bezet, is dat niet de meest tactvolle manier om een voetbalwedstrijd te openen.
Sánchez gaat op zoek naar de juiste opname. Vanuit de studio’s van televisiemaatschappij Televisa wordt alsnog een exemplaar van de Brabançonne naar het stadion gebracht. Het bandje arriveert op tijd en het probleem lijkt opgelost.
Dan valt de stroom uit.
Honderdtienduizend Mexicanen zonder orkest
Precies op het moment dat Sánchez het juiste volkslied wil starten, zwijgt de geluidsinstallatie. De Brabançonne blijft opnieuw steken voordat de eerste noot heeft geklonken.
Ook het Mexicaanse volkslied kan niet worden afgespeeld. Daarop nemen de honderdtienduizend aanwezige supporters zelf het heft in handen en brengen zij het nationale lied ten gehore. De a-capellaversie wordt vervolgens afgesloten met een snijdend fluitconcert. De boodschap van het publiek is duidelijk: een wereldkampioenschap organiseren is prachtig, maar een werkende stekkerdoos zou eveneens prettig zijn geweest.
Daarna wordt er alsnog gevoetbald. Fernando Quirarte en Hugo Sánchez bezorgen Mexico een voorsprong. Erwin Vandenbergh maakt vlak voor rust de aansluitingstreffer, maar verder komt België niet. Voor 110.000 toeschouwers wint Mexico in het Estadio Azteca met 2-1.