Van Oranje-international tot soldaat: het oorlogsverhaal van Karel Heijting – MattSnep

Van Oranje-international tot soldaat: het oorlogsverhaal van Karel Heijting

Arras, 9 mei 1915

De aarde trilde onder het geweld van kanonnen. In de verte sloegen granaten het landschap aan stukken. Ooit waren het glooiende velden met gewassen, nu niets anders dan kraters en modder. Ook in het tweede jaar van de oorlog werd een groot stuk groen Frankrijk omgeploegd tot een Godsverlaten land.

De doden lagen op elkaar zoals een bakker zijn eerste lading van de dag in de broodmand kiepert. Al was er tussen de levenloze lichamen van het Franse Vreemdelingenlegioen een man die nog een teken van leven toonde. Karel Heijting, voetballer van Nederlandse afkomst, was getekend door het oorlogsgeweld. Een schotwond in de buik, een granaatscherf in zijn kin, twee bajonetsteken in zijn been. En toch, hij ademde nog. Van de 250 mannen in zijn compagnie zouden er slechts vier de slag overleven. Hij was er één van.

Enkele uren eerder had Heijting met de bajonet man-tegen-man gevochten tegen een Duitse soldaat. Het was overleven of sterven. Hij stak op tijd toe. Later zou hij schrijven: ‘Als ik hem niet om zeep help, ben ik het kind van de rekening. Anders is het onmogelijk om in koele bloede iemand die op één meter afstand van je staat een stuk staal in het lichaam te steken.’

Zijn leven begon ver van de Nederlandse voetbalvelden. Heijting werd in 1883 geboren op Java, destijds een deel van Nederlands-Indië. Zijn vader was een Nederlandse bestuurder, zijn moeder vermoedelijk van Indische (Javaanse) afkomst. In Den Haag vond hij zijn tweede thuis. Daar raakte hij verslingerd aan het voetbal.

HVV landskampioen 1906/1907. Karel Heijting is de eerste links op de middelste rij | Foto: HVV

Vanaf 1900 maakte hij deel uit van HVV, ‘de Grote Haagsche’, een elitaire club die het Nederlandse voetbal domineerde in het tijdperk vóór het profvoetbal. Tien seizoenen speelde hij er. In 1908 vertegenwoordigde hij Nederland op de Olympische Spelen in Londen. Uiteindelijk zou hij zes keer landskampioen worden en zeventien keer het shirt van Nederland dragen.

Toch vertoonde die wereld van 1908 al scheuren. Tijdens het Olympisch toernooi zei Hongarije plots af: het land had net Bosnië en Herzegovina geannexeerd, wat een internationale crisis veroorzaakte. Ook Bohemen, een deelgebied van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, werd uitgesloten van deelname. Bohemen was sinds 1907 officieel lid van de FIFA, maar Oostenrijk wilde van dat lidmaatschap af.

Bohemen

Volgens het keizerrijk kon een voetbalbond uit ‘een provincie’ geen onderdeel zijn van een mondiale voetbalbond. Als tegenwerping werd door Bohemen nog wel de kwestie Groot-Brittannië ingebracht, dat met Schotland, Wales, Ierland en Engeland door vier ‘provincies’ werd vertegenwoordigd. Uiteindelijk ondersteunde onder andere Duitsland de Oostenrijkse eis, in de angst dat ook daar regionale bonden mondiaal als voetbalnatie werden gezien. Bohemen vloog uit de FIFA en kon niet meedoen aan de Olympische Spelen.

Wel was de kwestie een voorbeeld van een natie die internationale erkenning wilde. Eén van de voorbodes van een naderende oorlog. Het sportveld weerspiegelde de spanningen die Europa naar de afgrond zouden leiden. Heijting voelde het aankomen, schreef hij later. Het spel had zijn onschuld verloren.

Karel Heijting in het uniform van het Franse Vreemdelingenlegioen

In 1910 verhuisde hij naar Parijs om daar in het bankwezen te werken. Wel kwam hij af en toe nog terug om een wedstrijd te spelen. Zoals in december 1910 tegen Sparta. Een treinreis van liefst achttien uur vanuit Parijs had hij daarvoor over. Maar dat was in het eerste seizoen na zijn vertrek. Uiteindelijk zocht hij zijn voetbal- en levensgeluk in Parijs en ging hij voetballen voor Red Star Amical Club, tegenwoordig bekend als Red Star Paris. In de zomer van 1914 kocht hij vervolgens een fabriek in de Franse hoofdstad. Zijn toekomst leek gewaarborgd.

Maar toen brak de oorlog uit.

Als buitenlander in Frankrijk stond hij voor een keuze, terug naar Nederland of vechten. Heijting aarzelde niet. Hij meldde zich bij het Vreemdelingenlegioen, de eenheid van het Franse leger waarin vooral niet-Franse vrijwilligers dienden. ‘Het is vernederend om thuis te zitten als er een hoop vrienden en kennissen zich dood laten schieten,’ schreef hij. Hij wilde zijn plicht doen.

Hulpgoederen uit Den Haag

In maart 1915 raakte hij voor het eerst gewond. Granaatscherven sloegen in beide benen. Maar erger volgde in mei, bij de slag om Arras, een van de hevigste gevechten van die periode. Toen het stof neerdwarrelde, lagen zijn kameraden om hem heen. Hij werd krijgsgevangen genomen door de Duitsers en naar een veldhospitaal gebracht in Douai, een Frans stadje dat toen onder Duitse bezetting viel. Na zijn herstel werd hij overgebracht naar een kamp bij het Duitse Wezel.

Daar, in de verstilling van het kamp, begon een nieuw gevecht: dat van overleven in geest en lichaam. Heijting werkte als tolk in een fabriek waar geallieerde krijgsgevangenen, Britten, Fransen, Russen, onder toezicht stonden. Hij hield zich staande, schreef brieven naar huis. In een ervan vroeg hij aan zijn oude club HVV om een voetbal, ‘zodat ik op zondag met mijn medegevangenen een balletje kan trappen’. Of de bal hem ooit bereikt heeft, weten we niet. Maar het verzoek zegt alles over wie hij was: zelfs in gevangenschap bleef hij een voetballer.

Zijn Haagse clubgenoten vergaten hem niet. Oud-teamgenoot Lo La Chapelle zette een hulpactie op. In het clubblad verschenen oproepen om eten, kleding, tabak en drank in te zamelen. Elke maand werd gerapporteerd wat er naar Heijting gestuurd was.

Toen op 28 juni 1919, precies vijf jaar na de moord op aartshertog Franz Ferdinand, het Verdrag van Versailles werd ondertekend, zat Heijting in Parijs. Drie jaren van zijn leven waren hem afgenomen, zijn littekens droeg hij zichtbaar met zich mee. De kogel die hem had geraakt, wilde hij laten vergulden en aan zijn horlogeketting hangen. Een macaber, maar oprecht aandenken aan een oorlog zonder eer.

Karel Heijting keerde nooit terug naar Nederland. Hij bleef in Frankrijk, waar hij ook de Tweede Wereldoorlog zou meemaken. In augustus 1951 overleed hij in Parijs, de stad waar hij had gewerkt, gevochten en waar hij vlakbij bijna gestorven was.

Steun mijn journalistiek met een kleine donatie
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!

Bedrag € –

CONTACT

Success

Je inzending is succesvol verstuurd

Error

Sorry er ging iets fout met verzenden