Betaald voetbal in Nederland

Een ‘niet zo’n hele beste’ eerstedivisiespeler wordt Amerikaans international

Het voetballeven van de Nederlandse-Amerikaan Henk of Hank Liotart

Hank Liotart maakt zijn schoenen schoon Nasljerseys

Talloze lijstjes heb ik gemaakt met voetballers die in Nederland zijn geboren, maar voor andere landen officiële FIFA-interlands hebben gespeeld. Sinds een jaar of drie is dat op een normale manier bijhouden echter onbegonnen werk gebleken voor een hobbyist. Het overschrijvingsverkeer van het internationale landenvoetbal is, sinds corona is uitgedoofd, veranderd van een paar autootjes op een provinciaal weggetje bij Alphen aan de Rijn naar de ochtendspits van Los Angeles.

Van die lijstjes zijn mij altijd de Amerikaanse internationals bijgebleven. Earnie Stewart en Sergiño Dest zijn de bekende namen, maar ook Henk Liotart hoort erbij. Liotart, een bescheiden voetballer in Nederland, die in 1975 plotseling als Amerikaans international tegenover Polen staat. Ik heb me altijd afgevraagd hoe die route is gelopen. Ook omdat hij uitkwam voor de Verenigde Staten toen de eerste toestroom van Europese en Zuid-Amerikaanse spelers, eind jaren zestig, achter de rug was en de volgende fase van de expansiedrift net begon met Pelé, die twee weken voor Liotarts interlanddebuut bij New York Cosmos tekende.

De Verenigde Staten en Johannes Hendrick Liotart (1943, Baarn) zijn al voor zijn profloopbaan geen onbekenden van elkaar. De middenvelder verruilt als veertienjarige zijn geboorteland voor Amerika, waar hij met zijn ouders een nieuw bestaan opbouwt. Wichita en Newton in Kansas zijn tussenstations op weg naar Californië, waar het gezin neerstrijkt. Henk gaat er naar Ramona High School in Riverside en voetbalt bij emigrantenclub Gladiators. Het amateurisme laat er ruimte voor een bescheiden beloning: twintig wedstrijden leveren hem jaarlijks 750 dollar op.

Hij trouwt in de Verenigde Staten met Caroline, maar de Vietnamoorlog dwarsboomt hun toekomstplannen. In april 1965 keert hij na ongeveer acht jaar terug naar Nederland. Zijn huwelijk en Nederlandse paspoort bieden hem volgens zijn eigen relaas onvoldoende bescherming tegen de Amerikaanse dienstplicht. Met Caroline steekt hij de oceaan over, op zoek naar een toekomst als profvoetballer. Het kersverse echtpaar gaat inwonen bij een familie in IJmuiden en Henk sluit zich voorlopig aan bij de plaatselijke amateurclub Stormvogels.

Zonder zijn werkgever in te lichten

Zijn verblijf duurt aanvankelijk maar een halfjaar. Caroline kan niet wennen en in oktober vertrekken de jonggeliefden naar Amerika. Een paar maanden later is Henk alweer terug bij Stormvogels, ditmaal voorlopig zonder zijn vrouw. Op het veld vindt hij de tweede seizoenshelft gemakkelijker zijn draai. Hij scoort geregeld en mede door zijn productie wordt Stormvogels in mei 1966 kampioen en promoveert naar de tweede klasse. Een paar maanden later volgt zijn eigen promotie. Voor 3.000 gulden haalt het Amsterdamse Blauw-Wit hem naar het betaalde voetbal, waar hij op het tweede niveau van Nederland kan spelen.

Na een veelbelovende start ontbreekt hij eind januari 1967 plotseling op de training. Een paar dagen ervoor heeft hij op zondag nog meegespeeld in de derby tegen De Volewijckers. Inmiddels heeft de dan 23-jarige voetballer zijn hielen gelicht richting de Verenigde Staten, zonder zijn werkgever in te lichten.

Henk Liotart als speler van Cleveland StokersNasljerseys.com

Blauw-Wit-manager Piet Koekebakker haalt aanvankelijk zijn schouders op. ‘Ach, zo’n hele beste was het niet’, luidt zijn weinig vleiende afscheidsgroet. Maar aan Stormvogels is wel 3.000 gulden betaald voor de middenvelder, die ook voorin en achterin zijn weg weet. Hem zomaar laten vertrekken is de Amsterdammers te gortig. Een advocaat wordt ingeschakeld en de KNVB krijgt bericht.

Al snel blijkt dat Liotart bij Pittsburgh Phantoms speelt. Een sprong in het diepe is de overstap niet helemaal: in de industriestad in Pennsylvania is inmiddels een Nederlandse enclave neergestreken. Bekende namen als Co Prins, Theo Laseroms, Cees Groot en Piet de Groot zijn hem voorgegaan. Ook andere Nederlandse profs hebben onderdak gevonden bij de pas opgerichte club.

Het wilde voetbal lonkt

Terwijl Liotart in Amerika zijn minuten maakt, wil Blauw-Wit via een kort geding afdwingen dat hij zijn contract nakomt. Bovendien verlangt de club een vergoeding voor gemiste trainingen en wedstrijden. Tegen Heracles zetten de hoofdstedelingen hem zelfs in de basisopstelling. Uiteraard komt Liotart niet opdagen en een reserve neemt zijn plaats in.

Blauw-Wit staat niet alleen: ook de KNVB ziet problemen. Pittsburgh speelt in de National Professional Soccer League (NPSL), in Nederlandse kranten doorgaans aangeduid als het ‘wilde voetbal’ omdat het een illegale competitie betreft. De NPSL is ontstaan door het WK van 1966 in Engeland. Het succes van dat toernooi en uiteraard het geld dat ermee gemoeid is, hebben Amerikaanse zakenlieden op een idee gebracht: waarom geen professioneel voetbal in Amerika? Er is alleen concurrentie van een andere profcompetitie, de United Soccer Association, die wél de erkenning van de Amerikaanse bond en daarmee de FIFA heeft.

De organisatoren van de NPSL beginnen zonder die goedkeuring aan hun competitie. Met een televisiecontract bij CBS op zak denken ze voldoende troeven in handen te hebben. Voor de voetballers ligt dat ingewikkelder. Als je bij een club tekent die niet onder de FIFA valt, dan riskeer je een internationale schorsing. In dit kielzog vaart de Nederlandse voetbalbond mee. Wie met heimwee terugkeert, kan niet zomaar zijn voetbalschoenen op de vaderlandse voetbalvelden weer aantrekken.

Toch houden veel van Liotarts Nederlandse ploeggenoten het niet lang vol in The Keystone State. Na één seizoen stopt Pittsburgh Phantoms ermee en gaan mannen als Laseroms en Piet de Groot terug naar Nederland. Zelf trekt de halve Amerikaan verder door het land. Na Pittsburgh volgen Cleveland en Dallas. Onderweg ziet hij hoe moeizaam het profvoetbal wortel schiet in zijn tweede vaderland. Net als The Phantoms raken ook andere clubs in financiële problemen.

Via Zwolle naar Nijmegen

In het najaar van 1969 trekt Dallas Tornado door Europa. Liotart gaat mee met een eigen bestemming in gedachten: het Duitse Eintracht Braunschweig. De Bundesligaclub heeft tijdens een bezoek aan Amerika belangstelling getoond voor zijn kunsten en hij wil onderhandelen. Onderweg kruist PEC echter zijn pad. In Groningen brengt aanvoerder Gerrit Borghuis, zelf oud-prof in de Verenigde Staten, hem in contact met de Zwolse club die op het derde Nederlandse profniveau acteert. De Zwollenaren leggen zulke aantrekkelijke voorwaarden op tafel dat Braunschweig uit beeld verdwijnt. PEC legt hem voor tweeënhalf jaar vast.

Dat Liotart zo gemakkelijk weer in Nederland kan voetballen, dankt hij aan een besluit uit februari 1968. Na advies van de strafcommissie heeft het KNVB-bestuur de schorsingen van de Amerikaanse avonturiers per 1 juni van dat jaar opgeheven. Ze mogen weer voor Nederlandse clubs uitkomen, mits de inmiddels erkende Amerikaanse bond hen vrijgeeft en ze aan hun overige verplichtingen hebben voldaan.

Henk Liotart (midden) tijdens zijn debuut als speler van de Verenigde StatenNasljerseys.com

Dit keer blijft Liotart langer in Nederland. Hij promoveert met Zwolle naar de eerste divisie, wordt daar zelfs clubtopscorer en verdient een contract bij eredivisieclub NEC. In de zomer van 1972 maakt hij de overstap naar Nijmegen.

De club aan de Waal, trainer Wiel Coerver en Liotart hebben echter geen gelukkige driehoeksverhouding. In november 1973 lucht Liotart zijn hart in de krant. In de eerste plaats voelt hij zich niet op zijn plaats in de spits. ‘Ik ben nu eenmaal een geboren middenvelder, die ruimte moet hebben’, geeft hij aan. Zelfs de reservebank kan hem nog maar weinig schelen. ‘Als het aan mij ligt, trap ik bij NEC geen bal meer. Tenzij ik beslist moet. In het oefenelftal of zo.’

Weer naar de overkant

Zijn gedachten zijn alweer aan de overkant van de oceaan. ‘Als het aan mij ligt, zit ik volgende week weer in Amerika.’ Woorden die hij kracht bijzet door aan te halen dat zijn vader een caravanfabriek heeft waar hij zo aan de slag kan. Een vertrek hoeft dan ook niet af te hangen van een nieuwe club. ‘Het ziet er wel naar uit, dat ik voorgoed in de States zal blijven. Ik leef gelukkig niet beslist en uitsluitend voor het voetbal.’

Toch is het voetbal de toekomst in zijn adoptieland. Een maand na zijn spraakmakende interview laat NEC hem gaan. Liotart vindt onderdak bij de pas opgerichte Seattle Sounders. Via hem volgt ook zijn vriend en oud-PEC’er, de Uruguayaan Pepe Fernandez. Ook zijn oud-ploeggenoot in de Goffert, Tjeerd van ’t Land, komt over. Samen beginnen ze in 1974 aan het eerste seizoen van een club waarvoor de stad al snel warmloopt.

Seattle Sounders in 1974 met Liotart bovenste rij, vierde van linksNasljerseys.com

Het stadion is meermaals uitverkocht. Buiten het veld volgen uitnodigingen voor etentjes en feestjes. Een halve eeuw later herinnert Liotart zich nog hoe de inwoners van Seattle de spelers als rocksterren behandelen. Ook voetballend vindt hij zijn draai. De middenvelder die in de eredivisie nauwelijks aan spelen toekomt, wordt aan het einde van het seizoen gekozen in het tweede All-Starteam van de Amerikaanse competitie.

Zijn wederopstanding krijgt een vervolg bij de nationale ploeg. Liotart is inmiddels Amerikaans staatsburger en wordt als Hank aangesproken. De 31-jarige middenvelder wordt in juni 1975 geselecteerd voor een oefenwedstrijd tegen Polen. De uitnodiging is mede te danken aan de povere staat van de selectie, die wordt geteisterd door afzeggingen, blessures en clubbelangen. Voor de Neder-Amerikaan pakt de personeelsnood echter gelukkig uit.  Zo ontstaat voor Neder-Amerikaan de gelegenheid om in zijn eigen Seattle als international te debuteren. 

Grzegorz Lato als tegenstander

Op 24 juni wacht de nummer drie van het laatste wereldkampioenschap. Aan de overkant staan Kazimierz Deyna, Andrzej Szarmach en natuurlijk Grzegorz Lato. Polen is een maat te groot: de Verenigde Staten verliezen kansloos met 0–4. In augustus volgen nog drie interlands op een toernooi in Mexico-Stad. Ook tegen Costa Rica, Argentinië en gastland Mexico valt er niets te halen. Na die zomer sluit de deur van het nationale elftal: vier interlands, zonder overwinning of doelpunt.

Zijn Amerikaanse voetbalbestaan duurt aanzienlijk langer dan zijn loopbaan bij de nationale ploeg. In 1976 verruilt hij Seattle voor Portland Timbers, later speelt hij bij San Diego Sockers. Hij verdient ook zijn geld in het zaalvoetbal, bij clubs met namen als Hartford Hellions, Wichita Wings en Memphis Americans. Begin jaren tachtig komt hij op het veld nog uit voor Oklahoma City Slickers. Liotart maakt van zijn tweede Amerikaanse periode een heuse roadtrip op (zaal)voetbalschoenen.

Een grote naam in het Nederlandse voetbal wordt Henk Liotart nooit. Zeven eredivisiewedstrijden vormen een bescheiden voetnoot bij een loopbaan die zich grotendeels buiten het Nederlandse blikveld afspeelt. Maar de speler die volgens de manager van Blauw-Wit ‘niet zo’n hele beste’ was, krijgt in Amerika een nummer dat niemand hem meer afneemt: 318, zijn plaats in de rij van Amerikaanse internationals.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

€
Bedrag € -