Obscuur

Van belangrijke voetbalpionier in Rusland tot slachtoffer van de geheime dienst

Arthur MacPherson bracht Rusland naar de internationale voetbalwereld, maar stierf naamloos in een Moskouse gevangenis

Arthur McPherson (1870—1919 of 1920) Fotograaf onbekend/Wikipedia

De Europa League en Champions League zijn ook dit jaar zonder Russische vertegenwoordiger van start gegaan. De UEFA heeft de clubs uit het oorlogvoerende land tot nader order geschorst. Clubs als Zenit Sint-Petersburg en Spartak Moskou zijn daardoor inmiddels voor het vijfde Europese seizoen op rij uitgesloten. Sint-Petersburg en Moskou zijn ook de twee steden die het leven van Arthur Davidovitsj MacPherson bepaalden. De man die het Russische voetbal over de grenzen liet kijken, werd geboren en beroemd in Sint-Petersburg, om uiteindelijk in een Moskouse gevangenschap te sterven in Moskou.

Op 29 mei 1870 werd MacPherson aan de oevers van de rivier de Neva geboren in een welgestelde familie. Zijn grootvader Murdoch was, zoals zijn achternaam deed vermoeden, afkomstig uit Schotland. Het stadje Perth om precies te zijn. Hij vertrok in de jaren dertig van de negentiende eeuw naar Rusland en richtte in 1856 met een mede-investeerder de Baltische Scheepswerf in Sint-Petersburg op. Kleinzoon Arthur zou een iets andere richting inslaan. Hij werd een vermogend houthandelaar, beursmakelaar en directeur.

Russen hadden liever paardenraces of touwtrekken

Sint-Petersburg was daarvoor de aangewezen plek. De stad was dankzij haar ligging, haven, de aanwezigheid van het hof van de tsaar en allerlei ambassades internationaler en kosmopolitischer dan het toentertijd kleinere Moskou. De stad zat dan ook vol diplomaten, arbeiders en handelaren die afkomstig waren van over de hele wereld.

Daarbij zaten ook Britten, die onder meer als voorman, technicus en ingenieur werkzaam waren in de opkomende fabrieken van de stad. De industrialisatie trok in de tweede helft van de negentiende eeuw namelijk langzaam over de Finse Golf en bereikte uiteindelijk ook Sint-Petersburg. De verschillende industrieën steunden in de beginjaren nog sterk op Britse arbeiders, die, zoals bijna overal ter wereld, het voetbal in hun kielzog meenamen. De sport was in hun thuisland toen al een paar decennia in trek, maar de Russen warm maken voor hun geliefde spel bleek een stuk moeilijker.

Tijdens een demonstratiewedstrijd in 1893 werd er dan ook meewarig gekeken naar de in de modder ploeterende Britten. Liever had men het in de dranklokalen over het ruwere werk, zoals paardenraces, vuistvechten of touwtrekken. Toch wist men mondjesmaat steeds meer Russen ervan te overtuigen dat er ook sporten waren waarin elegantie iets meer voorrang kreeg.

Vasileostrovsky Footballers’ Society

Dat bleek in oktober 1897 tijdens de eerste officieel erkende voetbalwedstrijd in het Russische Rijk. De Vasileostrovsky Footballers’ Society, een club met voornamelijk Britten uit de gelijknamige wijk in Sint-Petersburg, nam het op tegen stadsgenoot FC Sport, dat uit Russische spelers bestond. Het internationale ensemble wonnen met 6-0, maar ondanks de fikse nederlaag legde het duel de basis voor de expansie van het Russische voetbal. Het maakte duidelijk dat het voetbal een stevig fundament nodig had, gebouwd op vaste clubs, regelmatige wedstrijden en ervaring.

Het voetbal kreeg in die beginjaren nog geen nationaal karakter en bleef voornamelijk beperkt tot de tsarenstad. Logischerwijs zag Sint-Petersburg dan ook in 1901 de allereerste georganiseerde voetbalcompetitie van het land ontstaan. In het debuutseizoen streden drie clubs om de titel, die allemaal een sterk Brits karakter hadden. Twee Engelsen vormden de spil van het geheel: John Richardson, werktuigbouwkundig ingenieur bij de textielfabriek Nevsky Thread Manufactory, en Charles Monker, de latere directeur van het bedrijf. Zij waren de grote aanjagers achter de oprichting van de St. Petersburg Football League. Een jaar later trad FC Sport als eerste Russische ploeg toe tot de competitie.

De Russische club Sport uit Sint-Petersburg, 1903onbekende fotograaf / Wikimedia Commons – publiek domein

In die beginjaren had MacPherson zich bij het collectief aangesloten, waarna hij al snel voorzitter werd. Dat de voorzittershamer hem werd toevertrouwd, kwam mede door zijn verleden in andere sporten. Hij was in zijn jongere jaren een verdienstelijk roeier en werd later voorzitter van de Sint-Petersburgse Arrow Boat Club. Vanaf 1908 stond hij ook aan het hoofd van de landelijke roeibond. Ondertussen had hij zijn oog laten vallen op tennis. Halverwege de jaren negentig richtte hij de Krestovsky Lawn Tennis Club op, waarvan hij tot 1918 voorzitter en eigenaar bleef. Uiteindelijk zou hij ook de nationale tennisbond leiden.

Zijn ervaring bij zijn tennisvereniging kwam hem van pas toen hij aan het hoofd stond van de stadscompetitie van Sint-Petersburg. Het georganiseerde voetbal was nog een allegaartje: clubs hadden niet altijd een eigen terrein en moesten daarom voor wedstrijden op zoek naar een veld, ploegen regelden veel onderling en uitslagen werden met moeite vastgelegd. MacPherson had bij zijn tennisclub vergelijkbare organisatorische ongemakken aangepakt en deed dit ook bij de voetbalcompetitie. Hij centraliseerde het geheel, bestrafte ploegen die te laat kwamen en schorste spelers wegens grof spel. Het leverde hem de bijnaam ‘Arthur de IJzeren Hand’ op.

Een andere prominent uit de begindagen van het Russische voetbal is Georges Duperron (Sint-Petersburg, 1877 – Leningrad, 1934), een Rus met Franse familie­wortels. Als twintigjarige speelde hij op 24 oktober 1897 mee in de eerste officieel vastgelegde voetbalwedstrijd op Russische bodem. Zijn ploeg FC Sport verloor die middag met 6-0 van een elftal dat voornamelijk uit Britten bestond. Vier jaar later was Duperron betrokken bij de oprichting van de voetbalbond van Sint-Petersburg, waarvan hij jarenlang secretaris bleef. Ook op nationaal niveau drukte hij zijn stempel. Tijdens de Olympische Spelen van 1912 in Stockholm leidde hij als trainer de eerste officiële Russische nationale ploeg. In 1915 werd hij voorzitter van de landelijke voetbalbond.

Niet alleen vanwege zijn organisatorische ervaring was MacPherson de ideale man om het voorzitterschap op zich te nemen. Hij kon boven de partijen staan. Hij was geboren en getogen in Rusland, maar overduidelijk van Britse komaf. Hij kende daardoor beide gemeenschappen en sprak beide talen. Dat kwam van pas toen er in 1909 ruzie ontstond en de Britse clubs zich terugtrokken uit de competitie van Sint-Petersburg. Het voetbal in de stad bleef twee jaar verdeeld, totdat de Schots-Russische polderaar met een verzoeningscommissie de strijdende partijen bij elkaar bracht. Om de hereniging te vieren schonk hij een beker waarvoor op het voetbalveld gestreden moest worden: de MacPherson Cup.

Ondertussen probeerde Rusland ook over de grenzen te kijken. Een selectie met de beste voetballers uit Sint-Petersburg versloeg in oktober 1910 de rondreizende Bohemian Corinthians met 5-4. Die ploeg bestond uit spelers van verschillende Boheemse clubs en was dus geen officiële nationale selectie. De Russen zouden het duel later tot de eerste onofficiële interland verheffen, hoewel er nog helemaal geen landelijke bond bestond en men dus ook geen FIFA-lid was. Bovendien nam Sint-Petersburg de honneurs waar namens het hele Russische Rijk.

Het was overigens niet zo dat er buiten de stad aan de Nevabaai niet werd gevoetbald. Ook in steden als Moskou, Kiev en Odessa was de bal gaan rollen. Alleen die clubs kwamen door de enorme afstanden in het tsarenrijk amper buiten de eigen stadsgrenzen. Daarnaast ontbrak het aan een centrale organisatie die dat soort praktische zaken zou kunnen regelen.

Een interland op de eerste dag als FIFA-lid

Daarom kwamen op 19 januari 1912 afgevaardigden uit meerdere steden naar Sint-Petersburg. In restaurant Wenen werd gesproken over uniforme spelregels, een nationaal kampioenschap en aansluiting bij de FIFA. Opmerkelijk genoeg kwam tijdens de bijeenkomst ook het verzekeren van spelers tegen blessures ter sprake. Als eerste bondsvoorzitter werd de man gekozen die al leiding had gegeven aan zowel de nationale roeibond als de nationale tennisbond: Arthur Davidovitsj MacPherson.

Binnen een half jaar was Rusland lid van de FIFA. Op dezelfde dag dat het lidmaatschap werd toegekend, speelde het land ook zijn eerste officiële interland. Op het olympische voetbaltoernooi van Stockholm was Finland de tegenstander. Finland was destijds nog een autonoom grootvorstendom binnen het Russische Rijk, maar nam afzonderlijk aan de Olympische Spelen deel. De Finnen wonnen met 2-1. Een dag later volgde de grootste nederlaag in de Russische voetbalgeschiedenis, toen Duitsland in het troosttoernooi met 16-0 te sterk was.

Het Russisch voetbalelftal van 1912onbekende fotograaf / Wikimedia Commons – publiek domein

MacPherson zou tot 1914 voorzitter van de Russische voetbalbond zijn. In dat jaar ontving hij van de tsaar de Orde van Sint-Stanislaus, derde klasse, voor zijn inzet voor de Russische sport. Hij was op het hoogtepunt van zijn roem. Maar toen de Duits aandoende naam Sint-Petersburg vanwege de Eerste Wereldoorlog werd veranderd in het Russischer klinkende Petrograd, veranderde ook het leven van de sportpionier.

De wereldschokkende gebeurtenissen in Rusland volgden elkaar razendsnel op. De Eerste Wereldoorlog ging van start, de tsaar deed aan het begin van 1917 afstand van de troon en de bolsjewieken kwamen via de Oktoberrevolutie aan de macht. Het fundament werd onder MacPhersons voeten weggeslagen. Zijn netwerk, zijn rijkdom uit de zakenwereld, zijn onderscheiding van de tsaar en zijn banden met de Britse gemeenschap hadden hem in 1914 nog aanzien gegeven. Een paar jaar later waren het allemaal kenmerken die hem bij de nieuwe machthebbers verdacht konden maken.

Zijn Britse familiegeschiedenis werkt hem tegen

De nationale tennisbond verdween na de revolutie en zijn tennisclub hield in 1918 op te bestaan. Alleen de Sint-Petersburgse voetbalcompetitie was nog een facet van het oude sportleven waarin MacPherson een rol kon spelen. In een stad waar honger en geweld tijdens de Russische Burgeroorlog hand in hand gingen en het openbare leven volledig in hun greep hadden, probeerde hij nog steeds wedstrijden te organiseren en scheidsrechters te regelen.

Nadat geallieerde troepen zich in 1918 in de burgeroorlog hadden gemengd, sloeg bij de Russische geheime dienst de achterdocht om zich heen. Vooral Britten en andere buitenlanders kwamen in het vizier. Bousfield Swan Lombard, predikant van de Britse ambassade en de Engelse kerk in het toenmalige Petrograd, hield de gebeurtenissen nauwgezet bij. Op 8 augustus noteerde hij dat vrienden overal werden doorzocht en opgepakt. Onder de namen in zijn dagboek stond ook die van Arthur MacPherson.

Het betekende nog niet het einde voor de wegbereider van de Russische sport. Na enkele maanden kwam MacPherson weer vrij. Buiten de gevangenismuren wachtte hem een land dat nauwelijks nog leek op het Rusland waarin hij naam had gemaakt. Lang zou hij zijn herwonnen vrijheid niet behouden. Hij werd opnieuw opgepakt en naar Moskou overgebracht. In de door de burgeroorlog overvolle gevangenissen hadden ziekten vrij spel. Ook MacPherson ontkwam er niet aan. Hij belandde met vlektyfus in een gevangenisziekenhuis en overleed daar vermoedelijk in januari 1920. Sommige bronnen houden het op november 1919.

De cenotaaf van Arthur MacPherson in Sint-PetersburgFoto: Alandislands / Wikimedia Commons

Volgens de Russische tennisfederatie werd MacPherson begraven op de Vvedenskoje-begraafplaats in Moskou. Zijn graf is later verloren gegaan. Sinds 2004 staat bij het graf van zijn ouders in Sint-Petersburg een cenotaaf die aan hem herinnert.

Het is onbekend waarom MacPherson precies werd gearresteerd. Zijn Britse afkomst, zijn rijkdom en zijn banden met de gemeenschap die het voetbal naar Rusland had gebracht, kunnen hem bij de bolsjewieken verdacht hebben gemaakt. Vaststaat vooral dat de man die Rusland de internationale voetbalwereld had binnengeleid, uiteindelijk in een Moskous gevangenisziekenhuis aan vlektyfus stierf.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

€
Bedrag € -

Verantwoording

Online bronnen (10)