Brieven aan mijn voetbalhatende vader

#2 Zwijgen

Leiden 12 juni 2026,

Lieve papa,

Openingsceremoniën kijk ik eigenlijk nooit. Ik denk dat ik van de grote sporttoernooien de laatste twee decennia alleen die van de Olympische Spelen van 2024 in Parijs heb gezien. Dat was tenminste iets anders dan de gebruikelijke cocktail van folklore, plaatselijke operette en wereldsterren die vanwege de akoestiek klinken alsof ze optreden op de jaarlijkse braderie van Schin op Heul of Schijf. De Fransen stuurden tenminste nog boten de Seine op en hadden besloten dat een openingsshow niet per se hoefde te lijken op een cultureel schoolreisje waar je nog snel wat CKV-punten kon sprokkelen.

Daarom schakelde ik pas om negen uur ’s avonds in voor de openingswedstrijd van dit WK. Tegen die tijd waren de dansers weer van het veld verdwenen, waren de laatste vuurwerkdampen opgetrokken en kon het toernooi eindelijk beginnen. De wedstrijd tussen Mexico en Zuid-Afrika een afgeleide van de vorige eindtoernooien. Een favoriet, dit keer het thuisland, die de bal had, de kansen kreeg en de wedstrijd controleerde, tegenover een tegenstander die vooral bezig was met overleven. Alleen de uitslag bleef achter bij het krachtsverschil op het veld. Ik vrees dat het een voorproefje was van wat ons de komende weken nog vaker te wachten staat.

In de uren voordat het spektakel losbarstte in Mexico-Stad had ik een interview met Sam van Raalte. Journalist, podcastmaker en iemand die ik ooit ontmoette op het vrijgezellenfeest van zijn neef, een goede vriend van mij. Via sociale media had ik gezien dat hij een boek had geschreven over de voetbalcultuur in Indonesië. Dat leek mij een uitstekend onderwerp voor ons dagelijkse nieuwsprogramma zo op de vooravond van een WK. En in dat verlengde een artikel komend weekend. Alleen al omdat Indonesië misschien wel het meest voetbalgekke land ter wereld is. Met ruim 280 miljoen inwoners en een nationale obsessie voor o jogo bonito behoort het tot de grootste voetballanden op aarde. Toch ontbreekt het op dit WK. Niet vanwege een principiële afkeer van het feestje van Trump en Infantino, maar simpelweg omdat het elftal sportief tekortschiet.

Na afloop van ons gesprek mocht Sam direct door naar een televisiestudio. Maar voordat de studiolampen zijn gezicht zouden beschijnen, moest hij eerst worden gepoederd. Daar raakte hij in gesprek met de vrouw van de make-up. Zoals dat vaak gaat wanneer mensen een Indische achtergrond delen, kwam het gesprek al snel terecht bij familiegeschiedenissen. En vervolgens bij het Indisch zwijgen.

De term Indisch zwijgen had ik vaker gehoord: de hele voorgeschiedenis, nog van vóór de overtocht naar Nederland, wegstoppen in je hoofd en er vervolgens nooit meer over beginnen. De Japanse bezetting, de Bersiap, de onafhankelijkheidsoorlog hadden littekens achtergelaten op de mensenziel, littekens die zorgvuldig bedekt bleven zodat er niet over gesproken hoefde te worden.

Terwijl Sam en de visagiste aan het praten waren, moest ik aan jou denken. Dat zwijgen herkende jij ook uit je jeugd. Hoewel de crisis- en oorlogsjaren op het Brabantse platteland waarschijnlijk niet te vergelijken zijn met de gruwelen in de Indische Archipel, werd er in jouw jeugd door opa en oma ook nooit gesproken over de decennia van voor jouw geboorte, jaren van crisis en oorlog.

In de jaren voor jouw dood kwamen we daar steeds vaker op uit. Als ik op bezoek was, aan de telefoon, soms terwijl we allebei achter een scherm zaten te speuren in archieven en genealogische databanken. Zo ontdekten we dat in het gezin waarin opa opgroeide een jonger zusje op vijfjarige leeftijd was overleden.

Normaal gesproken is zoiets onderdeel van een familieverhaal. Een gebeurtenis die telkens terugkeert aan de koffietafel, op verjaardagen of op een willekeurige donderdagmiddag wanneer een kind een vraag stelt over vroeger. Maar bij jullie was het spoor vrijwel uitgewist. Niet een familielid of kennis had het ooit genoemd. Een genealogiewebsite in combinatie met een gemeentearchief moest jou er uiteindelijk van op de hoogte brengen. ‘Misschien wist ik het wel’, zei je daarna. Maar zelfs die twijfel leek vooral te bevestigen hoe stil het er altijd over was geweest.

Zo waren er meer blinde vlekken.

De Tweede Wereldoorlog was in Midden-Brabant al acht jaar voorbij toen jij werd geboren, maar die zware periode bleef in nevelen gehuld. Je wist dat opa ooit een boete had gekregen vanwege het illegaal maken of verkopen van boter. Welke van de twee precies, dat wist je niet meer. Het waren niet meer dan losse snippers van een verhaal waarvan de hele pagina ontbrak.

Aan de grote familietafel ging het immers zelden over vroeger. Daar werd gesproken over de prijs van vee, de opbrengst van gewassen, het weerbericht en andere boerenbesognes die onmiddellijk invloed hadden op het dagelijks leven. Geschiedenis was iets dat achter de rug lag. Het land moest worden bewerkt en de koeien moesten worden gevoerd.

Tijdens onze kleine (digitale) speurtochten ontdekten we bijvoorbeeld dat de ligging van de boerderij, vlak bij vliegveld Molenheide (tegenwoordig Gilze-Rijen), een enorme invloed moet hebben gehad op het dagelijks leven. Tachtig jaar later komt de oorlog nog steeds uit de aarde omhoog. Dat is te lezen in berichten waarin staat dat er onder een maisland tweeduizend granaten zijn gevonden, of dat er een bom uit de periode 1940–1945 is aangetroffen.

Dan vraag ik mij af hoe het geweest moet zijn voor mensen die niet achteraf over die vondsten lazen, maar er middenin leefden. Voor gezinnen die hun dagen doorbrachten in de schaduw van een vliegveld dat voor de Duitse bezetter van strategisch belang was. Vanaf Molenheide stegen toestellen op die koers zetten richting Engeland, waardoor het terrein een voortdurend doelwit werd van geallieerde bombardementen. In archieven zijn berichten terug te vinden over boerderijen die werden getroffen door bommen die eigenlijk voor het vliegveld bestemd waren. Over gezinnen die de oorlog niet overleefden, soms op honderden meters afstand van de boerderij van opa en oma. Wanneer ergens in de verte opnieuw het zware brommen van vliegtuigmotoren te horen was, moesten ze in angst hebben gezeten.

Naarmate de oorlog zijn einde naderde, werd het in de lucht steeds onrustiger. Vooral in de eerste maanden van 1944 volgden de aanvallen op het vliegveld elkaar in hoog tempo op. Het is zeer waarschijnlijk dat opa met paard en wagen gedwongen is om bomkraters te moeten dichten voor de Duitsers. Ik probeer me daar soms een voorstelling van te maken. Een jonge boer die nog maar net bezig is zijn eigen bestaan op te bouwen. Iemand die zijn dagen liever had besteed aan het land of het vee, moest dagenlang met paard en wagen zand in kraters gooien, waar misschien nog bommen lagen die ieder moment konden ontploffen.

We zullen nooit precies weten hoe het eraan toeging. De generatie van opa en oma leek bovendien niet erg geneigd om uitvoerig stil te staan bij doorgemaakte ontberingen. Het naoorlogse boerenleven was daarvoor waarschijnlijk te veeleisend. Terwijl (amateur)historici later hoofdstukken zouden vullen over bezetting, dwangarbeid en bevrijding, wachtten op het erf alweer de koeien, het land en de productprijzen. Wat zwaar was geweest, werd verzwegen, het hedendaagse was al zwaar genoeg.

Liefs,

Matthijs

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

Bedrag € -

Lees ook

#1 Ontbijttafel Van Urugay tot aan Maradona’s wereldgoal: 8 shirtfiasco’s tijdens het WK voetbal