Feodaal, was de kop van een klaagzang in dagblad De Friese Koerier van 10 september 1964. Een anonieme briefschrijver, die zijn – of haar, wie zal het zeggen – pen doopte in de rode inkt van het socialisme, had het bestuur van de net opgerichte profclub Cambuur op de korrel. Het onderwerp van de toorn? Het nieuwe logo van de vereniging. Het was volgens de progressieveling een belediging en een onderwerping aan de adel.
Het bestuur had namelijk het lef gehad om jonkheer Van Cammingha om toestemming te vragen diens familiewapen op het shirt te mogen voeren. ‘Wij democraten,’ schreef de naamloze idealist, ‘hebben geen respect voor geprivilegieerde standen.’
Een overtuiging die hij of zij het bestuur van Cambuur niet toedichtte. Haast liederlijk wordt er vervolgens gesneerd: ‘Leeuwarden is ooit een hofstad geweest. Hier werd gebogen en geknield. De slaafse onderdanigheid heeft – om maar een voorbeeld te noemen – op het provinciehuis nog lang gezeten.’
Lelijke clublogo’s
Ik las dit ruim zestig jaar later, omdat ik op een lome middag een berichtje op sociale media plaatste. Ajax had net aangekondigd terug te keren naar hun klassieke logo – en hoe voorspelbaar: een golf van nostalgie trok door het land. Waarop ik een vraag in de groep gooide: wat is eigenlijk het lelijkste logo uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis?
De reacties stroomden binnen. Uit de antwoorden die ik kreeg, bleek vooral de jaren negentig een periode van wansmaak te zijn. Clubs als FC Den Bosch en NEC leverden zich uit aan goedkope reclamebureaus die wat knutselden met de eerste versie van Photoshop. Dat zorgde voor logo’s waarbij de templates ook werden gebruikt voor huisartsenpraktijken en accountantsbureaus.

De meest verrassende reactie die ik kreeg, kwam van een Cambuur-supporter. Iemand had het logo van zijn club een van de lelijkste ooit genoemd, en hij was er meteen bij om uit te leggen dat diegene niet wist waar het écht over ging. Het was een opmerking die me wel aan het denken zette. Want ook ik had geen idee van het verhaal achter dat wapen. Een hert en drie ondefinieerbare vlakken? Je kiest dat niet zomaar. Toch denk je daar niet echt over na als je, op een vrijdagavond, de wedstrijd tussen Cambuur en ADO op de achtergrond hebt aanstaan.
Dus ik ging op zoek.
Het begon met een vraag die je nog weleens tegenkomt bij een doorsnee voetbalquiz. Welke twee Nederlandse profclubs zijn vernoemd naar de buurt waar ze vandaan komen? De punten krijg je bijgeschreven als je Feyenoord en SC Cambuur op je lijstje invult.
Cambuurplein en Cambuurstadion
De wijk Cambuur heeft zijn naam dan weer te danken aan de familie Van Cammingha, een adellijk geslacht dat in Leeuwarden al sinds de twaalfde eeuw een flinke vinger in de pap had en in de zeventiende eeuw ook in de rest van Nederland een machtsfactor werd. Hun residentie, de Camminghaburg, stond tot het in 1810 werd afgebroken vlakbij wat nu het Cambuurplein is, een plek die later, onbedoeld misschien, de locatie zou worden van het Cambuurstadion.
Daar, in dat oude stadion, speelde tot vorig seizoen SC Cambuur, de club die in de zomer van 1964 werd opgericht. De vervanger voor VV Leeuwarden, die zich na tien jaar profvoetbal weer had teruggetrokken naar het amateurvoetbal.
Na een telefoontje met jonkheer Ruurd Carel van Cammingha, een nazaat van de familie, kreeg Cambuur toestemming om het familiewapen te gebruiken. Maar om het geschikt te maken voor een voetbalclub, moesten de nodige franjes – zoals leeuwen, kroon, helm en naamloze versieringen – verdwijnen. Wat overbleef, was een eenvoudig, basaal logo. Een embleem dat het adellijk heerschap kon bekoren: hij noemde het logo bijzonder smaakvol en sierlijk.

Een ander perspectief komt van een anonieme schrijver met een egalitaire inslag. Deze persoon wijst erop dat het logo de kleuren van de stad mist. ‘Vond het bestuur van Cambuur dat niet mooi genoeg? Koos het daarom voor een ander eerbetoon? Hebben we hier te maken met sporen van de oude adelgeest?’
Het bestuur had destijds al besloten dat blauw en geel de clubkleuren van de nieuwbakken Friese betaaldvoetbalclub zouden worden. Daarmee is deze opvallende kleurencombinatie al zestig jaar een vaste verschijning in het Nederlandse betaald voetbal.

Zeven jaar lang kleurde het blauw-geel niet alleen de shirts, maar ook het logo van de huidige eerstedivisionist. Tussen 2007 en 2014 kreeg het embleem een ‘frisse’ opknapbeurt: de naam Cambuur verdween en een nieuw schild, strak verdeeld in een blauw en geel vlak, omkaderde het adellijke wapen. Het oogde modern, maar het raakte nooit echt geliefd. Een experiment dat, zoals zoveel experimenten, stilletjes verdween. Bij het vijftigjarig jubileum besloot de club terug te grijpen naar het vertrouwde: het aloude familiewapen van de Van Cammingha’s, alsof het nooit weg was geweest.
Steun mijn journalistiek met een kleine donatie
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
