Obscuur

De vergeten voetbalbond die FIFA naar de kroon probeerde te steken

Gianni Infantino zoekt voortdurend de grenzen van zijn macht op. De FIFA-voorzitter breidt toernooien uit, maakt de speelkalender voller en wil nu private investeerders toelaten tot een nieuwe onderneming rond de commerciële activiteiten van FIFA. Dat moet miljarden opleveren, maar voedt ook de vrees dat investeerders invloed krijgen op het wereldvoetbal. Daardoor klinkt steeds vaker de vraag waarom nationale bonden niet uit FIFA stappen en elders opnieuw beginnen. Radicaal is dat idee wel, nieuw niet.

In de beginjaren kreeg FIFA namelijk al te maken met een concurrerende voetbalbond. De Union Internationale Amateur de Football Association (UIAFA) werd eind 1908 opgericht door organisaties die zich niet langer door FIFA wilden laten voorschrijven tegen wie zij mochten voetballen. De nieuwe bond kreeg een eigen bestuur, trok nieuwe leden aan en vormde het internationale netwerk achter een Europees voetbaltoernooi. Vervolgens doofde de opstand bijna even snel uit als zij was opgelaaid.

Zeven oprichters in Parijs

De FIFA was zelf nog maar een kleine organisatie toen de eerste opstand uitbrak. De bond werd op 21 mei 1904 opgericht in Parijs. Vertegenwoordigers van de Franse, Deense, Zwitserse en Nederlandse voetbalbond kwamen daar bij elkaar. België sloot een dag later aan. Zweden liet zich door de Deense afgevaardigde vertegenwoordigen, terwijl Madrid Football Club, het latere Real Madrid namens Spanje optrad. Een nationale Spaanse voetbalbond bestond op dat moment nog niet.

Daarmee kwam FIFA op zeven oprichtende leden: België, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Spanje, Zweden en Zwitserland. De Duitse voetbalbond liet per telegram weten het initiatief te steunen en werd de eerste bond die zich officieel bij de nieuwe organisatie aansloot.

Van een wereldomspannend voetbalimperium was nog geen sprake. FIFA had geen WK, geen groot hoofdkantoor en nauwelijks geld. De eerste voorzitter was de 28-jarige Franse journalist Robert Guérin. Hij moest vooral proberen meer landen bij de nieuwe organisatie te krijgen. Dat lukte. Onder meer Italië Oostenrijk en Engeland sloten zich in de eerste jaren aan.

Robert Guérin was 28 jaar oud toen hij in 1904 de eerste voorzitter van FIFA werd | Foto: Wikipedia

Toch was de belangrijkste vraag nog niet beantwoord. Wie bepaalde welke organisatie een land vertegenwoordigde? In verschillende landen waren meerdere voetbalbonden actief. Zij verschilden van mening over de spelregels, de organisatie van competities en vooral over de opkomst van het profvoetbal. Als FIFA één bond erkende, sloot het automatisch een andere organisatie buiten.

Juist in Engeland zorgde die keuze voor problemen. Daar had The Football Association (FA) in 1885 het betalen van spelers toegestaan. Vooral clubs uit de industriesteden in het noorden maakten daar gebruik van. Zij haalden goede voetballers naar hun stad en zorgden ervoor dat deze spelers niet meer afhankelijk waren van werk in de fabriek of de mijn.

Voor de traditionele amateurclubs was dat een aantasting van het voetbal. Clubs als Corinthians, Casuals, Old Etonians en Old Carthusians vonden dat de sport uitsluitend voor het plezier moest worden beoefend. Geld hoorde er niet bij. Dat ideaal klonk nobel, maar was niet voor iedereen even haalbaar. Een welgestelde amateur kon zonder vergoeding spelen en op eigen kosten door het land reizen. Een mijnwerker of fabrieksarbeider kon dat niet. Achter de discussie over amateurisme ging daardoor ook een klassenstrijd schuil. In 1907 kwam het tot een breuk die uiteindelijk ook FIFA zou meeslepen.

De spelers van Casuals FC in 1894. De Londense amateurclub behoorde tot de clubs die het voetbal uitsluitend voor het plezier wilden blijven beoefenen | Foto: Wikipedia

De directe aanleiding voor het conflict was een besluit van de FA. Regionale voetbalbonden moesten voortaan zowel amateurclubs als profclubs toelaten. Voor een aantal bestuurders ging dat te ver. Zij vreesden dat de professionele clubs steeds meer invloed zouden krijgen en dat het amateurvoetbal uiteindelijk zou verdwijnen.

De breuk in Engeland

In 1907 richtten de tegenstanders daarom de Amateur Football Association (AFA) op. De nieuwe organisatie organiseerde eigen competities en wedstrijden. Bekende amateurclubs als Corinthians, Casuals en Old Etonians sloten zich aan. De initiatiefnemers zagen zichzelf niet als opstandelingen, maar als de bewakers van het voetbal zoals het volgens hen bedoeld was. De AFA wilde ook internationale wedstrijden kunnen spelen en meldde zich daarom bij FIFA. Daar ontstond een lastig probleem. Engeland werd al vertegenwoordigd door de FA. Als FIFA ook de AFA toeliet, zouden twee verschillende bonden namens hetzelfde land kunnen optreden.

De kwestie werd in juni 1908 besproken tijdens het FIFA-congres in Wenen. De Engelse amateurs kregen daar nauwelijks steun. Alleen de Franse vertegenwoordiger stemde voor toelating. De overige aanwezigen steunden de positie van de FA en wezen het verzoek van de AFA af. Voor de Franse sportbestuurders was die uitkomst onverteerbaar. Het land werd binnen FIFA vertegenwoordigd door de Union des Sociétés Françaises de Sports Athlétiques (USFSA). Deze organisatie bestuurde meerdere sporten en verdedigde net als de Engelse AFA het strikte amateurisme. De Frase bond besloot na de stemming uit FIFA te stappen.

Daarmee was het conflict niet afgelopen. Op hetzelfde congres werd nog een voetbalbond buitenspel gezet.

Een land dat niet bestond

De Český svaz footballový (ČSF), de voetbalbond van Bohemen, een historische landstreek die tegenwoordig grotendeels binnen Tsjechië ligt, werd in 1906 voorlopig toegelaten tot FIFA. Sportief viel daar weinig op af te dingen. Vooral Slavia Praag had zich ontwikkeld tot een van de sterkste clubs van het Europese vasteland. De club speelde regelmatig tegen buitenlandse tegenstanders en vormde de basis van het Boheemse elftal.

Het probleem was politiek. Bohemen was geen onafhankelijke staat, maar maakte deel uit van Oostenrijk-Hongarije. De Oostenrijkse bond vond daarom dat de ČSF niet als zelfstandige nationale bond mocht optreden. Volgens de voetbalbestuurders uit het Alpenland kon er binnen hun deel van het rijk maar één officieel erkende voetbalbond zijn. De FIFA ging daarin vervolgens mee. Vlak voor de Olympische Spelen van 1908 werd Bohemen uit de organisatie gezet. Het besluit maakte duidelijk dat FIFA niet alleen bepaalde hoe internationale wedstrijden werden georganiseerd, maar ook wie als land aan die wedstrijden mocht deelnemen.

Voor de Bohemers woog dat zwaar. Voetbal was een manier geworden om de eigen Tsjechische identiteit te tonen. De spelers traden internationaal op onder een eigen landnaam, met een eigen bond en een eigen elftal. Die vorm van nationalisme was met één veeg uit de boeken verdwenen.

Zo stonden na het FIFA-congres van 1908 drie organisaties aan de kant. De Engelse amateurs waren niet toegelaten, de Fransen waren uit protest vertrokken en Bohemen was op aandringen van de Oostenrijkers verwijderd. Hun redenen verschilden, maar alle drie hadden zij een conflict met de wereldvoetbalbond.

Een nieuwe internationale bond

Op 14 december 1908 richtten de drie organisaties de UIAFA op. De naam was een duidelijke verwijzing naar FIFA: Fédération maakte plaats voor Union en het woord Amateur werd toegevoegd. Drie maanden later hield de nieuwe bond vervolgens zijn eerste congres in Parijs. De Britse prins Arthur van Connaught werd benoemd tot erevoorzitter. De daadwerkelijke leiding kwam in handen van de Zwitser Victor E. Schneider. Dat was een opvallende keuze. Schneider was in 1904 betrokken geweest bij de oprichting van FIFA en had binnen de organisatie als vicevoorzitter gediend.

De FIFA zag de nieuwe organisatie als een bedreiging. Tijdens het congres van 1909 in Boedapest werd een verzoek afgewezen om clubs uit aangesloten landen toestemming te geven tegen leden van de UIAFA te spelen. Alleen Italië en Zwitserland stemden voor; België onthield zich. In de praktijk betekende het besluit dat clubs uit de FIFA-wereld nauwelijks tegen UIAFA-leden konden uitkomen.

Het was een vroege toepassing van een middel dat internationale sportbonden nog altijd gebruiken: uitsluiting. Rusland ondervindt daarvan tegenwoordig de gevolgen; eerder werden ook de voetbalbonden van Indonesië en het Zuid-Afrika van de apartheid uit het internationale voetbal geweerd. De kracht van zo’n sanctie is eenvoudig: je kunt alleen internationale wedstrijden en toernooien organiseren als andere landen bereid zijn mee te doen. Wie buiten de erkende structuur komt te staan, verliest daardoor ook zijn tegenstanders.

FC Barcelona, Athletic Club en Madrid FC

Het verbod van FIFA maakte de UIAFA niet direct kansloos. In verschillende landen waren voetbalorganisaties actief die door de officiële nationale bond niet werden erkend. Voor hen bood de nieuwe internationale organisatie een mogelijkheid om toch buitenlandse wedstrijden te spelen. In februari 1910 sloot bijvoorbeeld de Fédération belge de sports athlétiques (FBSA) zich bij de UIAFA aan. Veel stelde deze Belgische sportfederatie echter niet voor. Grote clubs waren niet aangesloten en de achterban lijkt beperkt te zijn gebleven tot Brussel en de Franstalige provincies Henegouwen en Namen. De UIAFA presenteerde de FBSA niettemin als de vertegenwoordiger van België.

Ook uit Spanje kwam belangstelling. Daar vochten verschillende voetbalbonden om de macht. De Federación Española de Clubs de Football (FECF), waarbij onder meer FC Barcelona betrokken was, sloot zich in oktober 1910 bij de UIAFA aan. Andere grote clubs, waaronder Athletic Club en Madrid FC, waren op dat moment bij een concurrerende organisatie aangesloten. Spanje had daardoor niet alleen meerdere kampioenschappen en bekertoernooien, maar ook meerdere bonden die beweerden namens het land te spreken.

Eind 1910 meldde zich nog een opvallend lid. Wisła Kraków, kwam uit Galicië, een gebied dat destijds tot Oostenrijk-Hongarije behoorde. De club wilde zich niet onderwerpen aan de Oostenrijkse voetbalstructuur. De UIAFA presenteerde Wisła aanvankelijk als vertegenwoordiger van ‘Oostenrijk’, hoewel de club juist een Poolse identiteit uitdroeg.

De bevolkingsgroepen binnen Oostenrijk-Hongarije rond 1910 | Afbeelding: Wikipedia

Wisła hielp vervolgens bij de oprichting van de Związek Footballistów Polskich (ZFP). Deze organisatie werd in mei 1911 als vertegenwoordiger van Polen bij de UIAFA toegelaten. Een onafhankelijke Poolse staat bestond op dat moment niet. Voor de ZFP bood voetbal de kans om internationaal als Pools te worden erkend, nog voordat dat politiek mogelijk was. De overeenkomst met Bohemen was duidelijk. Beide organisaties gebruikten het voetbal om een eigen nationale identiteit te tonen binnen Oostenrijk-Hongarije.

Op het congres van januari 1911 liet de UIAFA dan ook weten verder te groeien. Naast België werden Wisła Kraków en de Zwitserse Ligue Sportive Suisse (LSS) als nieuwe leden gepresenteerd. In eigentijdse kranten werd bovendien gesproken over een mogelijke of aanstaande aansluiting van organisaties uit Brits-Oost-Afrika en Zuid-Amerika.

Voor daadwerkelijke toetreding van die laatste twee organisaties is nauwelijks bewijs. Mogelijk ging het slechts om een brief of een steunbetuiging, die door de UIAFA werd gebruikt om de internationale uitstraling van de bond te vergroten. Ook over de Zwitsers bestaat onduidelijkheid. In Zwitserse kranten is nauwelijks bewijs te vinden voor aangesloten clubs of door de bond georganiseerde wedstrijden. Mogelijk bestond de organisatie vooral op papier.

De UIAFA oogde daardoor groter dan zij in werkelijkheid was. Een aantal leden bestond uit kleine afsplitsingen, andere vertegenwoordigden een land dat nog niet bestond en een aantal potentiële leden hebben mogelijk alleen op papier bestaan.

Het toernooi van Roubaix

De UIAFA was kleiner dan de schaduw die zij dacht over het internationale voetbal te werpen. Ondanks dat kreeg de de nieuwe bond een sportief podium. Tijdens de Internationale Tentoonstelling van Noord-Frankrijk, een chique naam voor een handelsbijeenkomst, werd in Roubaix een Grand Tournoi Européen gehouden. Het was geen officieel kampioenschap van de UIAFA. De organisatie lag namelijk bij Racing Club de Roubaix, dat samenwerkte met de USFSA en haar bevriende bonden. Wel vond het toernooi plaats binnen de voetbalwereld die rond de UIAFA was ontstaan.

Frankrijk, Engeland, Bohemen en Zwitserland zouden deelnemen. De Zwitsers trokken zich echter terug omdat het vermoedelijk niet lukte om een representatief elftal samen te stellen. De vrijgekomen plaats ging naar een selectie uit Noord-Frankrijk, waardoor het toernooi twee Franse deelnemers kreeg. Een deel van de spelers kwam zelfs voor beide selecties uit.

Ook het Engelse elftal was niet de officiële nationale amateurploeg. De spelers vertegenwoordigden de AFA. De sterkste Engelse amateurs kwamen uit voor de FA en speelde in die jaren officiële interlands tegen ploegen van het Europese vasteland. Vanwege de scheiding tussen FIFA en UIAFA konden ze daarom niet deelnemen.

Bohemen stuurde wel een sterke selectie naar Frankrijk. De ploeg bestond grotendeels uit spelers van Slavia Praag, aangevuld met voetballers van Sparta Praag en SK Smíchov. Op weg naar Roubaix speelden de Bohemers eerst in Brussel tegen een elftal van de Belgische ‘wilde’ bond. Zij traden aan in de shirts van Slavia en wonnen met 6-1.

Bohemen glorieus winnaar

In Roubaix versloeg Bohemen de Franse ploeg met 4-1. In de finale wachtte vervolgens de Engelse AFA die met 2-1 werd verslagen. Bij terugkeer in Praag werden de spelers als kampioenen ontvangen. Supporters stroomden naar het station om de ploeg te begroeten. Bohemen had Frankrijk en Engeland verslagen en kon zich de beste ploeg van het toernooi noemen.

Een officieel Europees kampioenschap was het niet. Het deelnemersveld was klein, Frankrijk deed met twee ploegen mee en verschillende bij de UIAFA aangesloten organisaties ontbraken. België en Spanje waren zelfs nooit voor deelname uitgenodigd. Toch liet het toernooi zien dat er naast FIFA een andere internationale voetbalwereld bestond.

De spelers en bestuurders van Slavia Praag in 1911. De club vormde de ruggengraat van het Boheemse elftal dat in Roubaix het internationale toernooi won | Foto: Wikipedia

Het succes in Roubaix kon de UIAFA niet redden. De organisatie beschikte over enkele sterke clubs en aansprekende bestuurders, maar niet over een netwerk dat groot genoeg was om FIFA werkelijk te bedreigen. De meeste nationale bonden kozen voor de zekerheid van de erkende wereldvoetbalbond.

Ook binnen de aangesloten organisaties ontbrak eenheid. De bond van Bohemen viel al in de zomer van 1911 uiteen. Wisła Kraków sloot zich vervolgens aan bij een nieuwe Poolse organisatie die binnen de Oostenrijkse voetbalstructuur opereerde. In Frankrijk verloor de USFSA steeds meer belangrijke clubs aan concurrerende bonden. Rond de jaarwisseling van 1912 en 1913 zocht zij aansluiting bij het Comité Français Interfédéral (CFI), dat inmiddels door FIFA als vertegenwoordiger van Frankrijk werd erkend.

Ook in Spanje was de FECF geen lang leven beschoren. Clubs wisselden van bond en verschillende organisaties bleven elkaar de macht betwisten. In september 1913 kwamen de rivalen uiteindelijk samen in de Real Federación Española de Fútbol (RFEF). De nieuwe bond werd aanvankelijk voorlopig toegelaten tot FIFA en in juli 1914 volledig erkend.

Opgenomen in de FA

De Engelse amateurs begonnen ondertussen weer met de FA te onderhandelen. Op 30 januari 1914 accepteerde de AFA de voorwaarden van de officiële Engelse voetbalbond. De organisatie mocht haar naam en zelfstandige structuur behouden, maar erkende voortaan het gezag van de FA.

Van de drie oprichters bleef daardoor alleen de Bohemen buiten de officiële voetbalstructuur staan. De Boheemse kwestie werd uiteindelijk niet door voetbalbestuurders opgelost, maar door de Eerste Wereldoorlog en het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije. Na het ontstaan van Tsjecho-Slowakije kon het gebied als onafhankelijke staat met een eigen voetbalbond terugkeren binnen FIFA.

Daarmee eindigde de eerste poging om naast FIFA een zelfstandige internationale voetbalwereld op te bouwen. De UIAFA had een prins als erevoorzitter, een voormalige FIFA-bestuurder aan het hoofd en sterke clubs als Slavia Praag, Corinthians, FC Barcelona en Wisła Kraków binnen haar netwerk. Binnen dat netwerk werden internationale wedstrijden gespeeld en in Roubaix kwam zelfs een internationaal toernooi tot stand.

Het bleek niet voldoende.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

Bedrag € -