Obscuur

De Nederlander die Paraguay leerde voetballen

Het koffiekopje van William Paats was niet gemaakt voor een bescheiden espresso. Het geëmailleerde gevaarte had volgens zijn nabestaanden een inhoud van iets minder dan een halve liter hebben. Paats dronk er niet alleen koffie uit, maar ook soep en bouillon. Wie zo’n beker eenmaal had gevuld, hoefde voorlopig niet meer op te staan.

De mok was wit, met een brede zwarte baan rond het midden. Gemaakt in Nederland. Voor Paats was het niet zomaar een serviesstuk. Hij snoof er ook herinneringen mee op. Zijn zoon Óscar zou later vertellen dat de beker zijn vader deed denken aan zijn moeder en aan het land dat hij had achtergelaten.

Het was namelijk een afscheidsgeschenk geweest. Paats had de mok van zijn moeder gekregen toen hij aan het einde van de negentiende eeuw Nederland verliet en naar Zuid-Amerika vertrok. Een eenvoudig gebruiksvoorwerp van Rotterdamse makelij, dat jaren later nog een rol zou spelen in de geschiedenis van de grootste voetbalclub van Paraguay.

Voetballen met een das om

Friedrich Wilhelm Paats Hantelmann werd op 12 januari 1876 geboren in Rotterdam. Hij groeide op in een tijd waarin voetbal in Nederland nog een merkwaardige nieuwigheid was, overgewaaid uit Engeland en vooral beoefend door jonge mannen die niet bang waren voor modder, blauwe plekken of verbaasde voorbijgangers.

Als jongen speelde Paats bij Héctor, een kleine Rotterdamse voetbalvereniging die vermoedelijk maar enkele jaren heeft bestaan. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk. Clubs schoten als paddenstoelen uit de grond en verdwenen soms alweer voordat iemand de moeite had genomen een behoorlijke ledenadministratie aan te leggen.

Het waren de pioniersjaren van het Nederlandse voetbal. Velden waren nauwelijks afgebakend en tussen de doelpalen hing soms een touw, omdat een houten dwarslat ontbrak. Spelers droegen wijde broeken, uiteenlopende shirts en af en toe zelfs een das, strik of kleine slaapmuts. Het zag er waarschijnlijk minder uit als topsport dan als een groep heren die tijdens een picknick toevallig een bal had gevonden.

Willem Paats

Toch zou juist die ervaring Paats later goed van pas komen. Niet omdat hij in Nederland uitgroeide tot een groot voetballer, maar omdat hij wist hoe het spel werkte in een tijd waarin bijna niemand dat wist.

Zijn vertrek uit Rotterdam had aanvankelijk weinig met sport te maken. Paats kampte met problemen aan zijn luchtwegen. Een populair doktersadvies aan het einde van de negentiende eeuw luidde dat patiënten met dergelijke klachten een warmer klimaat moesten opzoeken. Of dat medisch altijd even goed was onderbouwd, deed er minder toe. Een lange zeereis was kennelijk onderdeel van de behandeling.

Paats was dan ook achttien jaar toen hij Nederland in 1894 verliet. Via Buenos Aires, waar een oom en peetvader van hem woonde, kwam hij uiteindelijk terecht in Asunción.

Een Nederlander voor de klas

Paats bleef in Paraguay wonen en bouwde er een bestaan op als boekhouder, handelsdeskundige, importeur en tolk. Volgens mensen uit zijn omgeving beheerste hij zeven talen. Dat was handig in een land waar hij niet alleen zaken wilde doen, maar ook allerlei nieuwe ideeën probeerde te introduceren.

Daarnaast gaf hij lichamelijke opvoeding aan de Escuela Normal de Maestros, een school waar toekomstige onderwijzers werden opgeleid. Daar begon hij zijn leerlingen een spel uit te leggen waarvoor in Paraguay nog nauwelijks vaste regels, clubs of speelvelden bestonden.

Olimpia in 1912

Voetbal was niet volledig onbekend in het land. Britse medewerkers van de spoorwegen hadden het spel waarschijnlijk al eerder meegenomen. Ze zouden zelfs een wedstrijd hebben gespeeld tegen Paraguayaanse collega’s. Paats was dus vermoedelijk niet de eerste man die in Paraguay een voetbal zag of ertegenaan schopte.

Zijn verdienste ging wel verder dan dat.

Hij zorgde ervoor dat Paraguayanen het spel leerden spelen. Hij legde de regels uit, gaf lessen, organiseerde wedstrijden en bracht mensen bijeen. Waar de Britten een bal meenamen, bouwde Paats er langzaam een cultuur omheen.

Een bal uit Buenos Aires

Voor zijn lessen liet Paats vanuit Buenos Aires een voetbal en een pomp naar Asunción komen: een echte MacGregor, gekocht voor elf pesos.

Over de precieze aankoop bestaan verschillende verhalen. In sommige versies bestelde Paats de bal zelf. Andere bronnen schrijven een belangrijke rol toe aan zijn goede vriend Sila Godoi. Vaststaat dat het leren voorwerp uit Buenos Aires kwam en in Asunción onmiddellijk de aandacht trok.

Een terugblik in de Paraguayaanse sportkrant El Golero beschreef later hoe Paats met de opgepompte bal door de straten van de stad liep. Af en toe liet hij hem op de grond stuiteren. Kinderen en volwassenen verzamelden zich om hem heen, mochten het leer aanraken en kregen vervolgens uitgelegd wat de bedoeling was.

Het was voetbalpromotie in de eenvoudigste vorm. Geen affiches, geen reclamecampagne en geen voormalige international die een demonstratie gaf. Alleen een Nederlander die met een stuiterende bal door de hoofdstad liep.

De eerste spelers van Olimpia droegen baretten en laarzen die tot aan hun knieën reikten 

Niet iedereen in Asunción begreep waarom Paats zo enthousiast was over het nieuwe spel. Een criticus vroeg zich in de pers af waarom volwassen, huwbare mannen twee uur lang tegen een onschuldige bal moesten schoppen. Het was een begrijpelijke vraag voor iemand die nog nooit een zondagmiddag had verspild zien worden aan een doelpuntloos gelijkspel.

Anderen waren nieuwsgieriger. Zij kwamen naar de geïmproviseerde velden om de Nederlander en zijn leerlingen aan het werk te zien. Op 23 november 1901 organiseerde Paats op de Plaza de Armas in Asunción een wedstrijd tussen leerlingen van de Escuela Normal.

Een hoge militair liet het plein voor de gelegenheid vrijmaken. De spelers werden verdeeld over twee ploegen, onderscheiden door kleine hoofddeksels met verschillend gekleurde linten. Eén elftal verscheen niet op volle sterkte, omdat enkele spelers zich moesten melden voor oefeningen van de Nationale Garde.

De demonstratiewedstrijd onder leiding van scheidsrechter Paats werd een succes, mede dankzij de hulp van de president en hoge militairen bij de organisatie. Het voetbal kende echter nog geen vaste competitie, nauwelijks materiaal en slechts een handvol beoefenaars.

Paraguay, Sparta of Olimpia

Paats begreep dan ook dat een los voorbeeldduel met wat leerlingen niet voldoende was. Om het voetbal te laten groeien, moest er een vereniging komen. Een club die spelers bijeenbracht, trainingen organiseerde en ervoor zorgde dat de bal niet na iedere wedstrijd voor maanden in een kast verdween. Ook moest er snel een nieuw exemplaar voorhanden zijn wanneer het speeltuig kapotging.

Op 25 juli 1902 kwamen daarom elf jonge mannen in Asunción bijeen om zo’n voetbalclub op te richten. Paats was de belangrijkste aanjager, al staat zijn naam niet tussen de aanwezigen op de oprichtingsakte.

Tijdens de vergadering werden drie namen voorgesteld: Paraguay, Sparta en Olimpia. Paats zijn vriend Godoi kwam met Paraguay. Sparta en Olimpia werden namens de Nederlander ingebracht. De keuze viel op Football Club Olimpia.

De naam Sparta hield waarschijnlijk verband met de Nederlandse voetbalwereld die Paats kende. Al in zijn jeugd was Sparta een grote naam in het Nederlandse voetbal. Olimpia sloot aan bij de internationale belangstelling voor de hernieuwde Olympische Spelen, die enkele jaren eerder voor het eerst waren gehouden.

De eerste spelers van de club verschenen volledig in het zwart, met witte letters op de borst. Ze droegen witte jockeyachtige baretten, driekwartbroeken en hoge voetbalschoenen. Het eerste speelveld lag op Quinta Caballero, het landgoed van voormalig president Bernardino Caballero.

Nacional, Libertad en General Díaz

De eerste georganiseerde voetbalclub van Paraguay kon zoveel trainen als ze wilde, maar voor een wedstrijd waren toch echt twee elftallen nodig. Dat probleem werd op 12 oktober 1903 opgelost met de oprichting van Guaraní. De eerste ontmoeting tussen beide clubs vond op 25 november van dat jaar plaats. Guaraní won met 1-0.

Na Olimpia en Guaraní werden ook Nacional, Libertad en General Díaz opgericht. Daardoor werd het eindelijk mogelijk om een vaste competitie te organiseren.

Op 18 juni 1906 kwamen vertegenwoordigers van vijf clubs bijeen in het gebouw van de krant El Diario. William Paats en Junio Quinto Godoi waren namens Olimpia aanwezig. Tijdens de vergadering werd de Liga Paraguaya de Football Association opgericht. De bond kreeg als taak wedstrijden te organiseren, regels te bewaken en een nationaal kampioenschap op te zetten. Dat eerste kampioenschap begon op 8 juli 1906. Guaraní werd ongeslagen kampioen. Olimpia eindigde als tweede.

Met de boot naar Nederland

In september 1908 vertrok Paats met het stoomschip Formosa naar Nederland. De reis hield verband met zijn handelsactiviteiten, maar hij gebruikte zijn verblijf ook om sportmateriaal in te slaan. Paats keerde terug uit zijn geboorteland met fluitjes, pompen, voetbalschoenen en andere spullen die in Paraguay moeilijk te verkrijgen waren. In Nederland liet hij bovendien een serie nieuwe shirts voor Olimpia maken.

De shirts waren wit, met een brede zwarte baan over de borst. Volgens zijn familie was het ontwerp geïnspireerd op de geëmailleerde beker die Paats van zijn moeder had meegekregen toen hij Rotterdam verliet. De witte mok met de zwarte band was jarenlang met hem meegereisd en werd nu het voorbeeld voor het nieuwe tenue van zijn club.

Na zijn terugkeer schonk Paats de shirts aan Olimpia. Op 14 mei 1909 droegen de spelers het tenue voor het eerst officieel. Dat gebeurde tijdens de Fiestas Mayas, sportwedstrijden rond de viering van de Paraguayaanse onafhankelijkheid.

Aan het evenement in de baai van Asunción deden clubs mee als Nacional, Libertad, Guaraní, Atlántida, El Mbiguá en Olimpia. Naast voetbal stonden onder meer wielrennen, verspringen en andere atletiekonderdelen op het programma. Paats speelde een belangrijke rol bij de organisatie van de sportdag. Olimpia verzamelde over de verschillende onderdelen de meeste punten en won de Copa Fiestas Mayas. Het was de eerste prijs uit de geschiedenis van de club.

Op dezelfde dag waarop Olimpia voor het eerst in het wit met de zwarte baan verscheen, won de club dus zijn eerste trofee. Er zouden onder meer nog 45 landstitels, drie Copa Libertadores en een wereldbeker bijkomen.

Het bewuste koffiekopje

Paats hield zich in Paraguay niet alleen met voetbal bezig. Hij zette zich ook in voor roeien, zwemmen, tennis, atletiek en cricket. Daarnaast was hij betrokken bij scouting, verschillende sportverenigingen en de automobielclub. Jarenlang trad hij bovendien op als Nederlands consul.

Toch werd voetbal zijn belangrijkste nalatenschap.

Hij was waarschijnlijk niet de eerste man die in Paraguay tegen een bal trapte. Hij was wel degene die het spel een vaste vorm gaf. Paats leidde spelers op, organiseerde wedstrijden, stond aan de basis van Olimpia en hielp een nationale voetbalbond en competitie opzetten.

Binnen enkele jaren veranderde voetbal daardoor van een merkwaardige demonstratie op een plein in een georganiseerde sport met clubs, scheidsrechters, kampioenschappen en afgelaste wedstrijden vanwege de regen.

William Paats overleed op 28 augustus 1946 in Asunción aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking. Hij werd begraven op de internationale begraafplaats van de stad. Het koffiekopje bleef als erfenis achter bij zijn familie.

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

Bedrag € -