Brieven aan mijn voetbalhatende vader

#8 Zeeland

Lieve papa,

De poulefase van het wereldkampioenschap is inmiddels ongeveer halverwege. Mijn snode plannen om iedere avond tot ver na mijn gebruikelijke bedtijd te kijken en het toernooi te volgen als in mijn twintiger jaren, heb ik voorlopig in de ijskast gezet. Zoals de doorgewinterde liefhebbers vooraf al voorspelden: een wereldkampioenschap begint pas echt wanneer de knock-outfase is aangebroken.

Tot die tijd bestaat het plezier vooral uit verwondering en leedvermaak. België strompelt door de poulefase als een uitgeputte piot bij Ieper. Cristiano Ronaldo beweegt zich door het Portugese elftal als een standbeeld in een draaideur. En dan was er natuurlijk Messi, die zomaar een strafschop miste.

Voor veel Nederlanders blijft dat een reden om zich te verkneukelen. Ik kan het niet. Zelfs op mijn negenendertigste aanbid ik mijn kleine leeftijdsgenoot nog altijd een beetje. Alleen al zijn aannames en dribbels zijn om van te watertanden. Waar de andere eenentwintig spelers soms draaien als olietankers voor de kades van de Botlek, keert hij even soepel als een sloep op de Kaagerplassen.

Open water is sowieso geen slechte plek deze dagen. Het is bijna dertig graden. Mama verzuchtte al dat dit weer jou gelukkig bespaard is gebleven. Zodra de temperatuur ook maar de verkeerde kant van de twintig op kroop, begon voor jou de jaarlijkse overlevingstocht.

Je had petten die door jarenlang dragen waren verschoten tot kleuren die waarschijnlijk niet eens officieel bestonden. Ze hadden geleden onder zonlicht, grondwater, potgrond en vooral onder het zweet dat op zulke dagen onophoudelijk van je voorhoofd liep. Ondertussen verdween het water ook per liter in je lichaam, zonder dat het ooit genoeg leek te zijn. En dan had je ook nog die van nature rode huid, die bij het eerste zonlicht al begon te protesteren tegen de koperen ploert.

Maar er moest gewoon worden gewerkt op de kwekerij.

Planten versjouwen, bestellingen klaarmaken, potgrond verdelen en tussen de bedrijven door vakantiekrachten uitleggen dat werken iets anders was dan met een kruiwagen tegen een schuur leunen. Ondertussen veranderde het eerste cijfer van de temperatuur langzaam van een twee in een drie. Voor andere mensen was dat een reden om een terras op te zoeken. Voor jou betekende het vooral dat het T-shirt op je rug nog iets steviger aan je lichaam vastplakte.

Jouw levenslange strijd met de zon bepaalde ook onze zomervakanties. Zuid-Frankrijk, Spanje en Griekenland kende ik alleen van de ansichtkaarten die klasgenootjes naar huis stuurden.

Wij trokken naar Oost-Europa, Scandinavië en Engeland. Streken waar een bewolkte dag niet als een mislukking werd beschouwd. Terwijl andere gezinnen naar de Middellandse Zee reden, kozen wij voor landen waar je in juli nog amper steenkolen Engels vermengd met Nederlands hoorde bij het opmaken van een bestelling.

En natuurlijk waren er de vakanties in Zeeland, toen we alle drie nog maar net op de kleuterschool zaten of hooguit de tafel van vier leerden. We gingen naar Vakantiepark Broedershoek in Koudekerke, tegenwoordig een modern vakantiepark, maar destijds vol krakkemikkige huisjes, stalen stapelbedden en beperkt vakantie-entertainment. Oftewel: het paradijs.

Het was een compleet nieuw universum. Wekenlang zwierven we over een terrein dat in werkelijkheid waarschijnlijk niet bijzonder groot was, maar in onze vrijwel onbeschreven kinderzielen de omvang van iets gigantisch had.

En dan was er die machtige zee.

Waarbij ik vooral gefascineerd was door die houten palen, donker van het water en behangen met slierten zeewier. Bij eb kwamen ze verder bloot te liggen en kon ik eindeloos kijken naar wat er tussen de palen en in de kleine poeltjes achterbleef. Minstens zo interessant waren de prijslijsten bij de ijsverkoop. Alle ijsjes stonden er in felle kleuren op afgebeeld, met hun naam en prijs eronder. Geen idee waarom ik daar helemaal in op kon gaan.

Eenmaal op het strand liep ik steeds verder het water in. De bodem liep langzaam af, waardoor ik pas laat merkte hoe ver ik inmiddels van de kant was. Mama of jij bleef mij volgen vanaf de waterlijn. Eerst rustig, daarna zwaaiend en uiteindelijk roepend omdat ik met alleen mijn zwemdiploma A te veel risico aan het nemen was.

Daarmee was op nog geen anderhalf uur rijden van huis een wereld die enorm verschilde van Brabantse land dat we kenden. Daar stonden altijd wel ergens bomen aan de horizon. In Zeeland was er nauwelijks natuurlijk of door mensenhanden gemaakt reliëf. Waardoor het uitzicht altijd ver was.

Het was ook daar, in die vakantiehuisjes, dat ik mijn eerste wedstrijd op een wereldkampioenschap zag. Of in ieder geval iets ervan meekreeg.

Opa en oma kwamen altijd in de weken dat jij weer naar huis moest. De kwekerij eiste immers ook in de zomer jouw aandacht op. Misschien juist dan wel, wanneer het onkruid uit de grond schoot en scholieren als goedkope, onervaren arbeidskrachten door de rijen planten zwierven.

Opa keek als fervent voetballiefhebber naar het vorige WK in Amerika. Ik meen dat ik vanuit mijn slaapkamer net wat beelden meekreeg van Roemenië–Zweden. Misschien was het een andere wedstrijd. In ieder geval vroeg op de avond.

Daar moet het virus zich ergens in mij hebben genesteld.

Jij was er even niet en het voetbal nam bezit van me. Sindsdien is het nooit meer helemaal overgegaan.

Mijn eeuwige liefde voor het wereldkampioenschap in het bijzonder en voetbal in het algemeen begon ze op een Zeeuwse camping, door een kier in een slaapkamerdeur, terwijl opa naar een wedstrijd keek en jij kilometers verderop je avondronde tussen de coniferen liep.

Liefs,

Matthijs

Waardeer je dit verhaal?

Steun mijn journalistiek

Een vrijwillige bijdrage helpt bij nieuw archiefwerk, boeken en onderzoek naar vergeten voetbalverhalen.

Bedrag € -

Lees ook

#7 As Van Urugay tot aan Maradona’s wereldgoal: 8 shirtfiasco’s tijdens het WK voetbal