Hoe Ajax in 1962 de eerste Europese prijs pakte – MattSnep

Hoe Ajax in 1962 de eerste Europese prijs pakte

Uitreiking van de Intertoto-trofee door de voorzitter van de UEFA, Gustav Wiederkehr, aan Ajax-aanvoerder Co Prins | Foto: Nationaal Archief

Rosenborg – NAC Breda was in juli 2008 de laatste wedstrijd in de strijd om de Intertoto Cup. De allereerste finale van de ‘Intertoto’ in 1962 was een Nederlands onderonsje: Ajax en Feyenoord stonden tegenover elkaar.

Eind jaren vijftig speelde Karl Rappan met het idee om een Europees clubvoetbaltoernooi te organiseren dat dezelfde opzet had als het WK, met poules voordat de eindstrijd begon. De al bestaande Mitropa Cup, Jaarbeursstedenbeker en Europa Cup I hanteerden namelijk vanaf het begin een knock-outsysteem.

De Oostenrijker had één probleem: hij had geen geld. Rappan wendde zich daarom tot de Zwitserse bobo Ernst Thommen, die ook achter de Jaarbeursstedenbeker zat. Thommen was voorzitter van Sports Toto-Gesellschaft, een instelling met als doel fondsen te werven ter financiële ondersteuning van de sport. Die inkomsten kwamen onder andere uit weddenschappen op wedstrijden.

Die sportweddenschappen stuitten de UEFA in 1960 tegen de borst. De Europese voetbalbond zag daarom in eerste instantie geen heil in de samenwerking met de organisatie. Rappan en Thommen spraken daarom met de Europese voetbalbond een gedoogconstructie af, waarbij de UEFA alleen toestemming voor het toernooi hoefde te geven. De organisatie lag in handen van het duo. De prijs kreeg in de Duitstalige landen dan ook al snel de naam Rappan-Pokal of Rappan-Cup. Internationaal werd vooral International Football Cup gebruikt.

VVV-Venlo gaat Europa in

In juni 1961 begonnen 32 clubs aan een nieuw Europees avontuur. Ze werden onderverdeeld in acht poules: vier A-poules met clubs uit Oostenrijk, Polen, Tsjecho-Slowakije en Oost-Duitsland, en vier B-poules met teams uit Zweden, Zwitserland en Nederland. De West-Duitse clubs werden over beide secties verdeeld.

Nederland werd in die eerste editie vertegenwoordigd door vier clubs. Naast Ajax en Feyenoord namen ook Sparta en VVV-Venlo deel aan het experiment. Op de Limburgers na werden alle Nederlandse clubs die zomer poulewinnaar, waardoor zij zich plaatsten voor de knock-outfase.

De eredivisie stond echter alweer voor de deur, waardoor de beslissende fase werd verspreid over het seizoen 1961-1962. Omdat landskampioen Feyenoord en bekerwinnaar Ajax ook in andere Europese toernooien actief waren, werd besloten dat per knock-outronde slechts één wedstrijd zou worden gespeeld.

Sparta was in september al uitgespeeld nadat het in de kwartfinale met 6-1 verloor van Slovan Bratislava. Ajax zou een paar maanden later, in maart 1962, revanche namens Nederland nemen door in de halve finale datzelfde Slovan Bratislava in het Olympisch Stadion met maar liefst 5-1 te verslaan en zich zo te plaatsen voor de eindstrijd.

Feyenoord won zowel de kwartfinale tegen Spartak Hradec Králové als de halve finale tegen Baník Ostrava, waardoor de twee Nederlandse voetbalgrootmachten uiteindelijk tegenover elkaar stonden in de eindstrijd.

Burgemeester van Amsterdam G. van Hall verricht de loting voor de Intertoto-finale. Links de voorzitters van Feijenoord en Ajax, rechts Lo Brunt, secretaris-penningmeester van de KNVB | Foto: Nationaal Archief

Maar waar moest die wedstrijd plaatsvinden? De Kuip of het Olympisch Stadion? Hiervoor werd de Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall ingeschakeld. Voor de competitiewedstrijd Blauw-Wit – Feyenoord, in het Olympisch Stadion, trok hij een lootje om te bepalen op welke ondergrond de finale zou worden gespeeld: Mokum zou het strijdtoneel zijn.

Feyenoord was de grote favoriet voor de finale. De regerend landskampioen was ongenaakbaar in de competitie en kon rekenen op de steun van Het Legioen. De supporters van de Rotterdammers waren toen al berucht. Dagblad De Waarheid sprak over ‘duizenden Rotterdamse supporters die zingend voor de poorten van het Olympisch Stadion verschenen.’ Ook lieten ze de klassieker Er is maar één Ajax en dat is Feyenoord horen. De spruitjeslucht dampt er vanaf, maar begin jaren zestig werd dit omschreven als dat de Feyenoorders ‘niet bang waren’.

Kneuterig

Onder gezang van zowel haven- als hoofdstedelingen betraden op donderdagavond 26 april 1962 namen als Co Prins, Sjaak Swart, Piet Keizer, ‘Beertje’ Kreijermaat, Eddy Pieters Graafland en Coen Moulijn de Amsterdamse grasmat. Voetballers die de opmars van het Nederlandse voetbal in Europa belichaamden, maar ook symbool stonden voor de kneuterigheid van die jaren.

De selectie van Ajax in de kleedkamer vlak na de finale tegen Feyenoord |
Foto: Nationaal Archief

Vlak voor tijd verstomde het Rotterdamse gezang, toen Henk Groot de 4-2 eindstand op het scorebord zette. Bij rust van de wedstrijd, die een dag later in de kranten werd geroemd om het hoge tempo, was de stand nog 2-2. Maar Ajax domineerde volgens de gazetten uit die tijd de tweede helft en won terecht.

De prijs? Een beeldje van een keeper die een bal probeert te stoppen. Het was de eerste Europese prijs voor de Amsterdammers, die toen nog speelden zonder Johan Cruijff, Johan Neeskens of Ruud Krol.

Landstitel voor Feyenoord

De wraak van Feyenoord was zoet. Tweeënhalve week later pakten de Rotterdammers in een uitverkocht eigen huis de zevende landstitel in de clubhistorie na een gelijkspel tegen ADO. Het was niet de opmaat naar meer Europees succes. De vier Nederlandse clubs (PSV, Ajax, Feyenoord en Blauw-Wit) werden in de groepsfase van het tweede Intertoto-toernooi allemaal uitgeschakeld. Het echte Europese zilverwerk voor Nederland zou meer dan een half decennium later met vrachtladingen binnenkomen.

Toen was de toernooivorm van de Intertoto al veranderd. Het toernooi kwam vanaf 1967 volledig in het teken te staan van totoweddenschappen, en er werd alleen nog maar in poules gespeeld, waardoor het toernooi meerdere winnaars kreeg.

De naam werd toen veranderd in Intertoto Cup. Nederlandse kranten gebruikten die benaming overigens al vanaf 1961. De zomerse bekercompetitie heeft in de jaren daarna andere opzetten gekregen. Zo mochten later de verschillende poulewinnaars doorstromen naar het UEFA Cup-toernooi.

Steun mijn journalistiek met een kleine donatie
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!

Bedrag € –

CONTACT

Success

Je inzending is succesvol verstuurd

Error

Sorry er ging iets fout met verzenden