De kerkklokken beieren ver over de vlaktes van Walcheren. Oudere vrouwen in klederdracht kijken uit over het Veerse Meer, terwijl ze de zilte lucht inademen die kenmerkend is voor dit deel van het land. Nee, Zeeuwser dan Arnemuiden wordt het waarschijnlijk niet. Het was dan ook niet vreemd dat Jan Poortvliet, de bekendste zoon van het dorp, ging voetballen voor VC Vlissingen. De enige profclub die Zeeland ooit heeft gehad.
Eind jaren tachtig was Jan Poortvliet een vedette in zijn nadagen. De oud-speler van PSV, Roda JC, Olympique Nîmes, Royal Antwerp en het Nederlands elftal (19 interlands) scoorde in 1989 voor AS Cannes in de wedstrijd waarin Zinédine Zidane zijn profdebuut maakte. Een seizoen later moest hij samen met Juan Lozano, oud-speler van Real Madrid, ervoor zorgen dat Eendracht Aalst op het hoogste Belgische niveau terecht zou komen. Poortvliet was een mentor aan wie jonge voetballers zich moesten optrekken. Een rol die de leiding van de in 1990 opgerichte profclub VC (Voetbalcombinatie) Vlissingen ook voor hem zag weggelegd.
Maar tot daden met Vlissingen kon Poortvliet niet echt komen. De prestaties van de nieuwe profclub verbleekten al snel bij de soap die zich op de Zeeuwse burelen afspeelde. Zo leek de financiële huishouding van de club op die van een student die voor het eerst op eigen benen staat. In de Provinciale Zeeuwse Courant van 28 april 1990 staan drie artikelen over de nieuwe profclub. Nota bene: het profavontuur moest op dat moment nog beginnen. De koppen vatten de tweejarige geschiedenis van VC Vlissingen mooi samen:

Om met die laatste te beginnen: met zijn keuze voor de in het rood-wit spelende ploeg kwam de verloren zoon terug in de kustprovincie. Romeo van Aerde, oud-aanvaller van Vlissingen, herkende jaren later in het magazine Staantribune het type nuchtere Zeeuw in de voormalig international: ‘Niet een oud-WK-finalist of UEFA Cup-winnaar kwam terug naar zijn Zeeland, maar het was ‘Jan van ons’, zoals we hier zeggen. En zo kwam hij ook over. Poortvliet praatte nooit zomaar over waar hij had gespeeld of over het WK van 1978. Hij vond zich ook geen betere speler dan een ander. Jan was gewoon Jan.’
‘Jan Poortvliet gaf een enorme drive’
Onder coach Jo Jansen beleefde Vlissingen op 18 augustus 1990 zijn vuurdoop in het betaalde voetbal. Tegen het nabijgelegen RBC Roosendaal wonnen de Zeeuwen met 2-0. Hoewel er maar liefst vierduizend toeschouwers naar Sportpark Irislaan waren gekomen, reageerden de supporters nog wat tam. Poortvliet herkende dit nog van toen hij als amateur in Zeeland voetbalde. ‘Het zijn hier rustige mensen die een beetje kankeren. Maar het ligt aan ons om ze positief te krijgen’, liet hij na die wedstrijd optekenen. Iets wat dat eerste seizoen maar amper lukte. Met slechts zes overwinningen eindigde de club onderaan in de eerste divisie.
Ondanks het teleurstellende eerste seizoen bleek Poortvliet een meerwaarde. Van Aerde is jaren later nog steeds louter positief: ‘Als ik Jan noem, moet ik eigenlijk ook Harry van den Ham noemen. Samen met Jacques Sweres en Carlo van Tour waren zij de ervaren spelers in de selectie. Jan en Harry gingen vaak met elkaar om. Ze waren ook echte mentoren voor spelers zoals ik. Voetbaltechnisch leerden ze mij denken buiten de gestelde kaders. Ook letten zij op details, bijvoorbeeld dat je niet altijd hoeft aan te nemen met de binnenkant van je voet. Jan vertelde ook anekdotes over het profleven als je ernaar vroeg, en daardoor werd je echt lekker gemaakt. Dat gaf een enorme drive. Wat Jan had meegemaakt, wilde ik ook meemaken.’

Dat Vlissingen in (financiële) nood zat, was al voor het profavontuur duidelijk. De clubleiding sloot leningen af en het stadion aan de Irislaan was nog helemaal niet ‘profproof’. Waar de spelersgroep bestond uit nuchtere broodvoetballers, dacht het bestuur dat het een topclub leidde. Van Aerde: ‘Ik was semiprof, maar kreeg een aardig bedrag. Ik denk dat Jan goud geld verdiende. Maar dat was niet het enige. We kregen allemaal de nieuwste pakketten met Adidas-spullen, twee paar voetbalschoenen van dat merk en iedere speler reed in een auto van de club. Ook huurde het bestuur een aantal appartementen in het centrum voor spelers die ver weg woonden. We gingen op dure trainingskampen en als we bijvoorbeeld uit naar Veendam moesten, werd een hotel in de buurt geboekt. Dat zijn al gauw dertig kamers. Misschien normaal in de top van de eredivisie, maar niet bij een club als Vlissingen. Toen zat de KNVB er ook nog niet zo bovenop als nu. Een club uit Zeeland, dat vonden ze toen vooral mooi.’
Het kon dan ook niet goed blijven gaan. Vlissingen veranderde na een seizoen zijn naam in VCV Zeeland. Maar het mocht niet baten. Ook in het tweede seizoen eindigde Vlissingen troosteloos onderaan in de eerste divisie. In dat seizoen kreeg Poortvliet ook nog problemen met de nieuwe trainer Louis Verstraaten, die hem uit de selectie zette nadat Poortvliet hem in het openbaar ter discussie stelde. Daarnaast moest de toen 36-jarige ook nog maanden wachten op zijn salaris. Het was klaar voor Poortvliet. Er was volgens hem ’te veel gebeurd’ en ‘het was niet meer op te brengen’. Op vrijwel hetzelfde moment maakten hij en VCV Zeeland een einde aan hun profbestaan. Waar de ene carrière vele hoogtepunten kende, was de andere een groot debacle. Dat wordt nog eens onderstreept door het opmerkelijke feit dat verdediger Poortvliet meer doelpunten maakte in zijn loopbaan dan de enige Zeeuwse profclub in zijn profbestaan.